Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Christen zoekt troost en leniging in de Heilige Schrift, de man vindt sterkte en moed in de studie van het recht.' Aan die bron putten de overwonnenen der staatkunde, komen de gekwetsten van den levensstrijd zich laven, om na elke nederlaag, na eiken val, den strijd voor recht en vrijheid met nieuwe kracht en nieuwe hoop weer op te vatten.

Ja, er ligt een streng en ruw genot in dien drogen en soms stroeven arbeid, die de lichtzinnigen afschrikt, maar de sterken aantrekt en bekoort,

Het beroep blijft nog immer eene late vrucht en geeft karig loon; maar hoevele vergeldingen biedt het niet aan?

De eer wreken, de onschuld beschermen, de list verijdelen, het bedrog ontmaskeren, de hebzucht stuiten, maar vooral' den gevallene bijstaan, hem troosten en opbeuren in zijnen strijd tegen de onmeedoogende samenleving, o! de gelegenheden om wel te doen ontbreken aan den rechtsgeleerde niet!

Het plichtbesef doet hem zijnen staat beminnen, en de lijdenden, die tot hem komen, heiligen zijne zending en sterken zijnen moed.

Dan leert hij zijnen titel hoogschatten, die, vrij van gunst en voorspraak, enkel door arbeid en vlijt werd gewonnen, en dan ook vindt hij op zijn nederig kamertje, te midden' zijner boeken, uren van verheven voldoening en edel genoegen, waar geen goud of weelde tegen opwegen kan.

Doch ook daar dringen lachende beelden binnen, en wanneer, laat in den avond, de wetboeken gesloten zijn en de bundels ter zijde geschoven liggen, spelen de begoochelingen van weleer hem weder voor den geest.

Doch het zijn de verwarde droomen van vroeger niet meer. Rijpere overweging heeft het ziekelijke ongeduld gestild; wijze, doch vaak bittere ondervinding heeft de vervoering der jeugd getemperd.

Sluiten