Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Miereneter. De miereneter komt niet in ons land voor; alleen maar in de warme luchtstreken, voornamelijk Z.-Amerika. Het dier voedt zich met mieren en andere kleine insecten, 't Heeft geen tanden, maar een lange, kleverige, oprolbare tong. Deze wordt in een mierennest gelegd; de mieren trachten den indringer te verjagen, maar blijven aan de tong kleven en worden zoo gevangen.

Mol. Een fluweelachtig behaard, rolrond diertje, dat in den grond leeft. Uitwendige ooren bezit het niet, terwijl de oogen meestal door de huid overdekt zijn. De pooten zijn kort, maar, vooral wat de voorpooten betreft, krachtig en geheel op graven ingericht. Ze graven lange gangen in den grond en vinden al gravende hun voedsel. Als vernietigers van schadelijk gedierte zijn de mollen als nuttig te beschouwen. Zij brengen echter in hun ijver ook schade toe aan'de gewassen. Er wordt veel jacht op mollen gemaakt om de pels der diertjes.

Mossel. De mossel is een schaaldier, dat in menigte aan de zeekusten gevonden wordt. Zij hechten zich met korte peesachtige draden die uit een klier ontstaan, in groot getal vast aan steenen en rotsen of in kuilen in het strand. Als 't getij laag is, worden dezemosselbankenzichtbaar. De gewone mossel, die in de Noordzeevoorkomt,is eetbaar.

Miereneter.

\ Mol.

Mossel.

Sluiten