Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orang-oetan. De orang-oetan lijkt het meest van alle apensoorten op den mensch en bewoont voornamelijk de OostIndische eilanden Borneo en Sumatra* Orang beteekent mensch en oetan bosch, zoodat men zijn naam kan vertalen door: boschmensch. Hij is bedekt met lange, roodbruine haren. Zijn voedsel bestaat uit vruchten en jonge bladscheuten. Vermeldenswaard is nog, dat de orang-oetan niet gemakkelijk loopt op den platten grond. Hij beweegt zich echter met groot gemak en behendig van boom tot boom.

Paardenhorzel. De paardenhorzel is de plaaggeest van de paarden. Zij legt hare eieren aan de oppervlakte van het liehaam der paarden op plaatsen, welke de dieren met hun tong kunnen bereiken. Uit deze eieren komen jonge larven, die zich levendig bewegen en aldus een ondragehjken jeuk veroorzaken. Het paard lekt nu de jeukende plaatsen; de larven blijven aan de tong zitten en worden door het dier ingeslikt, zetten zich in de maag vast en verlaten, na maanden, verpopt, het lichaam van het paard. Na ongeveer vijf weken komt uit de pop de volkomen horzel te voorschijn.

Pad. De pad gelijkt veel op een kikvorsch, maar is doffer van kleur. De huid is bedekt met wratten, waaruit 't dier een scherp vocht afscheidt, 't Voedt zich met insecten, zoodat het als een nuttig dier moet worden beschouwd. De pad heeft 'n taai leven en slaapt in den winter.

Orang-oetan.

Paardenhorzel.

Pad.

Sluiten