Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schol. Alweer een lid van de familie der platvisschen. De schol is gemakkelijk van de bot te onderscheiden, door de roode stippen, die zij op de lichtbruine < huid heeft. De onderkant van • den visch is wit. De schol kan wel 60 cM. lang en 7 K.G. zwaar worden. Zij levert een smakelijk voedsel.

Schorpioen. Het hier afgebeelde dier, dat in de warmere streken leeft, lijkt wel iets op een kreeft, maar heeft met deze diersoort niets uit te staan. De schorpioenen behooren tot de spinnen. Zij hebben acht pooten, benevens een staart, die bestaat uit zes deelen en eindigt in een angel, waarmee de dieren giftige steken kunnen toebrengen. Hun voedsel bestaat uit kleine dieren, vooral spinnen en insecten, welke zij met hunne haken en scharen grijpen. Hun giftstëkel dient meer ter verdediging dan tot aanval. Een steek van een der grootere soorten kan zelfs voor menschen doodelijk zijn.

St. Bernhardshond. Deze hond ontleent zijn naam aan den bergtop St. Bernhard in Zwitserland. De monniken van een op dien bergtop staand klooster hielden honden van deze soort, welke werden afgericht tot het opsporen van Alpenbeklimmers, die verdwaald of onder de sneeuw bedolven waren, 't Zijn trouwe, waakzame, zachtaardige dieren. Men onderscheidt twee soorten St. Bernhards: de langharige en de (hier afgebeelde) kortharige.

Schol.

Schorpioen.

St. Bernhardshond.

Sluiten