Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wielewaal.

Wielewaal. De wielewaal is een zeer fraaie trekvogel, die hier te lande verblijf houdt in sommige boschrijke streken. Het mannetje is goudgeel, waarom men hem ook wel goudlijster noemt, met zwarte vleugels en staart; het wijfje is groen met zwartachtige vleugels. De wielewaal voedt zich als regel met insecten, maar als de kersen rijp zgn, is hij een gevreesde kersendief. Sommige menschen houden veel van 't vleesch van den wielewaal. Hij is echter zoo schuw en ook listig, dat hij zich moeilijk laat vangen.

Wijting,

Wijting. De wijting komt veel overeen met den kabeljauw en den schelvisch en wordt veel in de Noordzee gevangen.

't Vleesch van deze vischsoort wordt echter niét zoo smakelij k geacht; 't is ook zachter dan dat van schelvisch en kabel¬

jauw. Wijl het echter zeer licht verteerbaar is, vormt het een aanbevelenswaardig voedsel voor zieken en zwakken.

Winterkoninkje.

Winterkoninkje. Een geliefkoosde, kleine zanger is 't winterkoninkje, dat, zooals de naam reeds uitwijst, ook den winter bij ons doorbrengt. Het diertje is vooral bekend, doordat het een bijzonder kunstig, kogelrond nest bouwt van bladeren, mos, veeren, enz.,1 met slechts een kleine opening als toegang. Men herkent het winterkoninkje gemakkelijk aan zijn opgewipt staartje. Het leeft van insecten en larven en is als een nuttig diertje te beschouwen.

Sluiten