Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen. „Wat verzin je nu, Frederik, ben je niet wijs? Paal heeft zich nooit bij jou beklaagd over mij; durf 't tegendeel zeggen. Daarvoor had Paul mij te lief, en heb ik te veel m'n plichten tegenover Paul gedaan, en dat heb ik gedaan tot 't uur van zijn dood. Heb eens den moed mij iets te verwijten. Paul dacht alleen aan Jules, de opvoeding van de meisjes is heelemaal mijn werk."

„Juist, en je wilt nu uit pure ijdelheid bij je dochter Jenny een illusie kweeken, dié toch nooit werkelijkheid kan worden. En dat om eigen teleurstelling op muzikaal gebied te wreken. Suzanne zei laatst nog...."

„Suzanne zei? .... Zwijg alsjeblieftI" Mathilde Polenius veerde op uit haar leunstoel, en stond bijna eensklaps voor den forschen blonden man, die achteruit trad.

Haar donkere oogen fonkelden, groot van woede, in haar strak getrokken, fijnbleek gezicht, haar blik drong onvervaard in den zijnen, die in weifeling week. „Zwijg!' siste ze nogmaals. „Wat weet jij, wat weet Suzanne, jouw schatrijke vrouw, die nooit anders geleefd heeft dan voor haar toilet, van mij ? Van al mijn werken, mijn strijd en leed en mijn begraven illusies. Niets weet jullie van me, niets, niets, niets 1 Ik verbied je daar ooit een woord meer over te reppen.... ik verbied 't je, begrepen?"

„Begrepen, gesnapt, mijn beste Mathilde. Neem de zaken maar niet zoo tragisch op, take it coolly. Practisch, kalm, koel, dan kom je vooruit in 't leven."

Haar toorn doofde onder zijn kil er op vallenden spot, doofde tot een gelatenheid, die beslistheid niet uitsloot.

„Tegen wie zeg je 't, Frederik? En daarom herhaal ik je voor de zooveelste maal wat je al weet. Na Pauls dood heb je mij een inkomen van duizend gulden 's jaars gegeven, een weduwenpensioen van wat Paul bij je verdiende, van wat hij als advocaat, zij 't dan ook administratief, in samenwerking met jou verdiende. Heel aardig voor een vrouw alleen, een vrouw uit de kleine bourgeoisie, wat ik dan volgens jou en Suzanne moet zijn. Maar niet toereikend om drie dochters te voeden en te kleeden.... 't weinige wat ze verdienen kan ik ze waarlijk niet afnemen.... alleen

Sluiten