Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trude draagt iets bij. Enfin, hoe wil je dat ik 't klaarspeel ? Hóé? Let wel, ik verwijt je niet de geringheid van 't bedrag."

„Zeer verplicht, 't zou je anders luttel baten, want met mijn ontzettende uitgaven kan ik je niets meer geven, Matty "

Zij glimlachte weer, doch nu veerde haar hoofd in schichtigen ruk achterover, klaagden haar oogen Frederik aan bij het gouden herfstlicht, dat zich schromeloos goot, door de gordijntulle, over het zuiver ovaal van haar gelaat, het zettend in een bad van gloed, waarin het bleek zich warmde tot ivoor, het blasse harer lippen zich roodde, en bruine glansen snel verschoten in het krullig zwart heurer in banden gescheiden haren, waaronder half haar ooren scholen. Zij stond verjongd in dien zonnegloed. Zij, de rijpe vrouw, behoefde de zon nog niet te schuwen.

Mr. Frederiks blik gleed keurend over haar gansche welgevormde gestalte, streng omsloten door den eenvoudigen rouw harer japon. Hij zag haar ronden boezem opgaan en dalen in feilen zucht, haar lange wimpers aan de witte lidschelpen in kwijnende berusting zenken over de verontwaardiging laaiend uit het smartefluweel der zwarte appels.

„Knap is ze nog, hè, móói, altijd nog mooi," drong zich als een steek in hem; móói, die vrouw van Paul, van ziekelijken bleeken Paul; die Paul had mogen nemen in zijn armen en liefhebben en koozen.... En misschien had hij, Frederik, die toch altijd gevoeld en geweten had hóé mooi zij was, nooit zoo goed begrepen als thans, nu zij bezijden hem stond in haar weduwemouw, hóé het mogelijk was dat Paul de rijkste partijen versmaad had voor haar, de notarisdochter zonder een cent. En terwijl zijn bloed zich door zijn aderen jachtte, bleef zijn blik, waaruit hij de begeerte niet vermocht te dringen, hangen aan het grieksche harer lijnen, het bevallige harer welvingen.

Geen van de meisjes zou ooit zoo worden," dacht hij, „géén Trude, stijve hark, blond als Paul; geen Ida, dik opzichtig klein ding; geen Jenny, plat, mager, wel gedistingeerd en haar gezichtje had iets fijns, iets nobels, maar toch, 't was dat niet. Er was maar één Mathilde Polenius. Gek, dat haar

Sluiten