Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb, wil ik zelf kiezen, zélf. Noch jij, noch Suzanne, noch die nuf van jullie, Etha "

„Hola, hola, niets over Etha...."

„O ja, ze is je kind, hè? Maar jij bedenkt niet, als je tegen mij spreekt, dat Jenny mijn kind is. Enfin, ik, als een soort van genadebroodeetster, moet met mijn kinderen alles van jullie verdragen. Maar jullie zult me in elk geval niet dicteeren wat ik doen en laten mag in en mét mijn eigen huis."

„Dicteeren? Noem j« 't dicteeren, als wij je den raad geven dit huis te verhuren, zelf zoo klein mogelijk te gaan wonen, en zoodoende een zes-, zevenhonderd gulden te voegen bij wat je van mij krijgt."

„Zes-, zevenhonderd gulden? Dit kleine huis aan den Stationsweg ? Als ik er zeshonderd voor krijg, is 't heel mooi, maar daarvan gaan nog af: grondlasten, reparaties en assurantie. En ik moet dan zeker voor dat nieuwe huis géén huur betalen? Met de drie meisjes heb ik al twee slaapkamers noodig, ongerekend nog 't hokje voor Jules, die dat toch ook als student naderhand noodig heeft, als hij elke week overkomt of met vacantie thuis is. Minder dan driehonderd vijftig a vierhonderd kunnen we niet verwonen. Dan komen er nog verhuiskosten bij, de tapijten en gordijnen van hier passen

daar niet Mag ik vragen wat er dan nog overblijft voor

voordeel ? Ik ben een beter zakenmensen dan jij en je vrouw, Frederik, want daaraan denk jullie allemaal niet. Jij noch Suzanne snapt iets van mijn toestand."

„Dus je wilt met alle geweld voor kamerverhüurster gaan spelen?"

„Waarom niet ? Dat lijkt mij de beste weg toe. Ik verkies met met honderd gulden winst, uit mijn huis, dat solide gebouwd is, te gaan wonen in een akelig revolutiebouw-bovenhuisje, waar alle ramen gieren en alle muren wrak staan. Ik krijg hier allicht een heer of dame, zooals mevrouw Helm, die al jaren verhuurt."

„O, dat is die turf- en houtvriendin van je, mevrouw Helm. Enfin. Maar in elk geval zou ik geen heer nemen."

„En waaróm geen héér?"

Sluiten