Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lafaard, dat ik 'n faible heb voor Matty, dat heeft ze, god weet hoe, al jaren in de gaten, geslepen als ze is. Nou dan moet Suzanne — laat ze en parenthese naar den bliksem loopen, ze hangt me de keel uit — 't zelf maar klaarspelen.

Ik heb 't liever niet, als er een meneer in 't spel is Je

weet nooit met haar gezicht en figuur en dat lieve dat

ze over zich kan hebben als ze wil, ik had er helaas nooit over te juichen, — kan ze best nog tot een huwelijk komen, in spijt van de kinders. Als er dus een man moet komen,

zal ik Suzanne Ah meneer dinges, meneer van der

Jacht, hoe maak je 't, hoe maak je 't! Thuis alles wel? Bij mij ook, gelukkig, dank je. Zeg, heb je nog met, hoe heet

ie, met Klein gesproken over die zaak, je weet wel die

zaak Bellot—van Graven "

Daar eenige voorbijgangers, wier aandacht gewekt was door Mr. Frederik Polenius' luid-voorname jovialiteit, hem aanstaarden, ging zijn stem over in een fluisteren, en wandelde hij zielsvergenoegd, met de kennis dien hij als van der Jacht aansprak, verder, in druk onderhoud, door zeer velen vriendschappelijk, door anderen met eenigen eerbied gegroet. Bijna heel Den Haag kende Mr. Frederik Polenius van den Scheveningschen weg, kantoor centrum stad, die zich, zoo wilden zijn vereerders het, candidaat zou stellen voor de Kamer, met de aanstaande verkiezingen. Mr. Frederik Polenius, man van onwrikbare beginselen, zuiver in al zijn bedoelingen, onaantastbaar in handel en wandel, de man die het land een eind vooruit zou helpen, die de steunpilaar zou worden van de gematigd liberalen, sachant trés bien ménager la chèvre et le chou En hèt was iedereen aangenaam een groet te krijgen van den rijken, den hoffelijken, den welwülenden, den gaarne diensten bewijzenden Mr. Frederik Polenius, advokaat en procureur.

Mathilde Polenius ging, het gebogen hoofd vol gedachten, terug naar het salon, waar het licht der Octoberzon zich door de tulle der gordijnen steeds rijkelijk binnenstortte in lange schuine stralen, die als bleven staan midden in de kamer tusschen het ebbenzwart der meubels, en haar op eens zeer aan de oogen hinderden.

Sluiten