Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna meisjesachtige natuur, die het practisch handelende, het krachtig willende in haar niet begreep, en alleen scheen te houden van Jenny. Trude, streng en droog, met het mannelijke in haar meisjeskarakter dat Jules miste; het leek of de natuur zich met die beiden vergist had. Ida oppervlakkig, ijdeltuitig met een tikje lichtzinnigheid, luidruchtig vroolijk en spottend of ongenaakbaar slecht gehumeurd; Jenny koel, hooghartig, met het prinselijke in haar weten en denken van Jules, zeer gesloten, tot op het stroeve af dikwijls.... Jenny, Trude en Jules waar, Ida niet tegen een leugentje opziend.

Als wilde zij zich met geweld ontrukken aan gedachten die haar te machtig werden, haastte Mathilde Polenius zich naar haar schrijftafeltje in een voorhoek van den salon, en pende een briefje aan haar oude kennis, mevrouw Helm, wie zij raadplegen wilde over het kamers verhuren. Want het was volstrekt noodzakelijk, dat een mensen van het vrouwelijk of mannelijk geslacht haar den last des levens hielp verlichten. Zij zag zelfs anders geen kans, zooals hedenmiddag, roode kool met appelen en runderkarbonaden met aardappelen op tafel te laten komen. Vooral het vleesch was duur, en de meisjes zouden zielsverwonderd geweest zijn en verontwaardigd misschien, hadden zij het niet gezien. Geen kommerde zich om de huishouding, om de honderden kleinigheden die noodig bleken, behalve eten en drinken; niemand dacht er over, na vaders dood, hoe moeder het toch maakte om het hun eiken dag eenvoudig, maar goed te geven. Ieder ging maar op in zichzelf, en ze knorden nog als het eten niet lekker genoeg was.

Zij kwamen een voor een thuis, de meisjes. Het eerst Trude, de ministerieklerk. „Een echte," vond Mathilde, wier schoonheidseischen deze, haar oudste dochter, het allerminst bevredigde. Trude, ware Polenius, vooral in uiterlijk, geleek op haar vader en oom beiden. Zij had een droog verstandig, eigenaardig-eenvoudig hollandsch gezichtje, overzaaid met zomersproeten, die haar blankheid vergoorden, en zelfs vlekten op haar armen en handen. Nuchtere, lichtbruine oogballen, smal in hun wit, oordeelden de wereld door de glazen

Sluiten