Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jenny, lang voor haar achttien jaren, toonde zich plat en hoekig tevens, doch boven het schrale der borst, verraste, vrij uit het vierkant gesneden zwart van den japonboord, een gevulde melkblanke hals, fier dragend een klassiek hoofdje, een edel kopje, gekroond door het rondgewrongen blond eener zware vlecht. Uit de golving daaromheen viel een gulden lus, als een zonnekoozing, schuin over het hooge voorhoofd, te denkend bijna voor het zachte gansch witte gezichtje, slechts rosé getipt door den onschuldigen mond, welks volle lippen even opensprongen, alsof de kleine neus met schuwe vleugeltjes het meisje geen adem genoeg liet halen. Meestal borgen de oogen zich, trotsch kwijnend, half achter de dichte wimpers, hetgeen de zusters vinnig deed zeggen, dat Jenny sliep.

In spijt van de onsierlijke snit der reformjurk, had Jenny iets zeer gedistingeerds, was zij het prinsesje onder de zusters. Zorg aan kleeding en kapsel vond zij, als droge Trude, overbodig, doch haar artistiek bewustzijn verbood haar het warrend licht heurer haren, waaronderuit haar profiel zich beeldde als een delicate camee, te mishandelen en te vermommen.

Niemand beter dan de moeder wist wat er halstarrigs en onverzettelijks school achter het liefelijk blond dezer Aprilschoonheid; zoo fijn en teer en wazig in zijn nog niet volkomen uitgesproken wezen en vormen, dat een grof aangelegde wereldling als Frederik Polenius, die het brutale zwart de norm van vrouwenbekoring vond, en alle blond over één kam schoor, Jenny op één lijn stelde met zijn nietige broodkleurige vrouw. En o, hoe haatte Mathilde hem ook daarom.

„Dag ma." Jenny was deemoedig gestemd. „Hoe heb u 't gehad? Was er iemand van middag?"

„Hoe ik 't gehad heb?" Mathilde rilde. „Bijzonder prettig, kind."

„Was er dan iets naars, ma?" vroeg Jenny, haar hand op haar moeders schouder leggend. Mathilde drukte er haar wang tegen, en keek toen op in Jenny's oogen, die zich in spanning wijd hadden geopend. Heel bijzonder waren zij; van hét effen donkere staal, voornaam, tevens mild, de pupil

Sluiten