Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schier vloeiend in de iris, wel te zien bij vorstenkinderen, op Velasquez-schilderijen; oogen met een onvergankelijke rust niet meer van dezen tijd; „vorig-eeuwsche bepaald," vond de moeder. Niets, behalve muziek, had ooit de rust daarbinnen bij Jenny verstoord, meende zij.

„Toe ma, zegt u dan," drong Jenny aan, heur hand van haar moeders schouder trekkend: „Wat naars?"

„Och, lieve meid, er is toch altijd iets naars hier , 't

gewone zoo', zegt je zuster Trude."

„Maar was er iets bijzonders van middag?" vroeg Jenny dof, een angstig voorgevoel worgend haar stem.

„Juist kindje, ik had oom Frederik; hij heeft zich verwaardigd ...."

„En wil hij, wil hij ?" viel Jenny in, met kijkers

wild lichtend van hoop.

„Néé, natuurlijk niet." Haar bitterheid deed de moeder kort en stug spreken. „Zou hij iets willen wat wij willen,

wat ik wil Niet huilen, Jenny." Want de reede tranen

drupten neer langs Jenny's wangen.

,,'t Zou zoo zalig geweest zijn, ma, Berlijn, hè? En u had me wel laten gaan, niet?" het klare jonge geluid smoorde zich in weenen.

„Of ik je? Ik zou 't wel dénken, 't Eenige wat me nog tegenlachte in de toekomst, de hopelooze, was jouw succes. Enfin, ik, die al gestorven ben, mag jou heelemaal den moed niet benemen, jij, met je achttien jaar, hebt nog zoo'n lang, mooi leven voor je."

„Dat heb ik niet, ma een lang, móói leven " Jenny

stampvoette. „Muziekjuffrouw, met nu en dan van een opgespaarden gulden een concert, waarop ik stemmen kan hooren minder dan de mijne. Moeder, herinnert u zich den openbaren avond van de muziekschool? Ik had 't meest succes, en al de leeraren hebben me zoo gefeliciteerd, en twee zeiden er: „En nu gaat u zeker naar Berlijn of naar Frankfort, hè juffrouw Polenius, u was onze ster van avond, ja ja, dat moet, dat moet?' Mooie ster, die niemand verlangt te zien schitteren. Allerakeligste oom Frederik.... Twee soiréetoiletten van tante Suzanne zijn wat een jaar studie van mij hem zal

Sluiten