Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kon jongelui op avondjes even gewaagde als dartele dingen zeggen, en lachte dan klokhelder om haar eigen geestigheden, het heerlijk vindend als zij een „leuk type" werd genoemd, hetgeen Jenny om harentwille zeer geneerde. Ida's gestalte was klein, eenigszins weelderig van vormen, maar welgemaakt, goed geëvenredigd. Zij was heel trotsch op haar mooi figuurtje, haar „interessante oogen," (zij vond die van Jenny flauw en waterig) en haar schat van bruin krullend haar, dat zij over haar ooren tegen haar wangen aan liet doffen, kastanje tegen de rozen van heur blos. Zij liet haar kijkers, zeer tot verontwaardiging en dikwijls tot starre verbazing der nuchtere Trude, een massa kunstjes doen tegenover mannen, sloeg ze snel neer, om ze langzaam te heffen, hief ze schalksch vief, om hun glans traag te dekken met hem lange wimpers, en was, volgens Trude, een poes die haar nagels uitsloeg en introk, mitsgaders een „volslagen halve gare.' Ida's stemmige kleeding thans temperde slechts ten deele het uitdagende har-er gansche verschijning. Zij vond het vreeselijk dat zij genoodzaakt was haar kost te verdienen met pianoles geven, en geen van Mathilde's meisjes benijdde, als Ida, haar rijke nichtje Etha, die van den ochtend tot den avond kon uitgaan en genieten. En jong als zij was, hoopte zij op verlossing door een huwelijk uit den staat van ongetrouwde muziek juffrouw; haar vertrouwen op haar grof-mooi in 't oog loopend gezichtje, ook op haar vroolijkheid, haar dartelen geest. „My face is my fortune, sir', was haar devies.

Zij haatte haar thuis, met haar droeve gracieuse moeder, de ernstige, in haar muziek opgaande Jenny, terwijl Trude in haar oogen een misgeboorte vertegenwoordigde.

Trude, van haar kant, gevoelde zich evenmin thuis bij de overigen; en lieten haar moeder, Jenny, en Jules, die zich ook niet tot haar aangetrokken gevoelde, haar met rust, omdat hun naturen niet raakten de hare, als een hun totaal vreemd element, tusschen de oudste en onverdraagzame Ida kwam het niet zelden tot een vinnigen woordenstrijd; waarbij de opgewonden driftige jongste, hijgend van woede onder de hatelijk rake hamerslagen der koudzakelijke Gertrude, die

Sluiten