Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds de poging opgegeven dit kind van haar in te wijden in de kunst haar dierbaar.

„Ik zou tóch wel eerst kunnen studeer en," bedacht Ida, om Trude te plagen, „en dan lezen. Na gedaan werk is 't goed rusten."

Trude nam onverwijld de vlucht, en stopte boven op haar kamertje, de wijsvingers in haar oor en; opdat de stroomen melodie, die het gansche huis doorruischten, ten minste slechts gedempt tot haar zouden doordringen.

Ida speelde études van Chopin, met veel vingervaardigheid, doch zonder de ziel van den grooten Pool er ook maar eenigszins uit te halen.

Het was knap spel technisch, maar dor, koud, zielloos, en het herinnerde Mathilde, die al luisterend, tafellinnen zat te verstellen, aan haar eigen spelen, door Henri Nolette vroeger een koude schittering genoemd. En Ida speelde Beethoven, Mozart, Mendelssohn steeds correct en dood, en zeer tevreden over zichzelf. „Nooit een artieste," klonk het in de moeder, „nóóit, alleen goed voor les geven." En de trillers en voorslagen klonken op, kristalhelder, doch de zang, de ziel, het gemoed, bleef besloten in de notenbalken, grillig zwart op het wit der muziekbladen.

Men dronk de thee, die Jenny gezet en geschonken had. Trude, die men niet meer beneden verwachtte, kreeg een kopje op haar kamertje. Niemand bekommerde zich om haar afwezigheid. Het was integendeel de drie om de tafel, onder den gezelligen schijn der kleine gaskroon, die zuinigheidshalve met één pit brandde, — een verlichting van haar nuchterheid en strenge koelheid bevrijd te zijn, niet te ontmoeten het oordeelende in haar smalle bruine oogappels.

„En hoe anders moest 't wezen," overdacht Mathilde in een groote treurigheid. „Maar ik zie geen kans Trude ooit te naderen, en zij verlangt mij niet te naderen. Ik zou maar bespottelijk zijn in haar oogen."

„Jenny," wekte zij het meisje op, dat, het blonde hoofd in de handen, voor zich uit zat te staren in moedeloos gepeins.

„Ja moeder, willen we duetten zingen?"

„Van avond geen lust in, zing jij maar, Schumann, de

Sluiten