Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cyclus Frauenliebe, die moet er nog war beter in bij je.

„Accompagneert u dan? Dan kan ik béter."

„Goed." Met een zucht legde Mathilde het servet dat zij bezig was te stoppen, neer, stak de naald er in, slechts al te gaarne even afscheid nemend van de benauwende gedachten die haar kwelden. Zij zette zich voor het klavier, speelde de maten van het voorspel. En Jenny's alt-mezzo verhief zich, en ontroerde, gelijk steeds, haar moeder. Het was een gansch bijzondere stem, bijzonder als Jenny's karakter, Jenny's mond, Jenny's oogen.

»Seit ich ihn gesehen

Glaub' ich blind tu sein

Wo ich hin nur blicke

Seh' ich ihn allein;

Wie im wachen Traume

Schwebt sein Bild mir vor,

Taucht aus tiefstem, tiefstem Dunkel

Heller, heller nur empor.< Mathilde blikte onder het begeleiden even op naar het zingende kind, de achttienjarige, die wél de ziel uit deze muziek kon halen, wier oogen, groot en dweepend nu, niets zagen van al de banale uiterlijkheden om haar heen; die alleen inwaarts schouwde, die op het oogenblik was énkel lied, die wat er was omgegaan in Chamisso en Schumann beiden, belichaamde, al zingend. Zij was niet meer Jenny Polenius, zij was muziek, melodie, samensmelting van dicht en zang. Zij was hét lied. 3

En een groote bitterheid doorvloeide Mathilde's hart. „En zoo'n kind, dat nooit van iemand gehouden heeft, kan 't zóó geven, en ik die ten minste wist wat 't is zielsveel van iemand te houden en die toch ook muzikaal voelde, ik kon 't nooit geven. Henri moest Jénny hoeren, hij zou in haar alles vinden wat hij in mij miste." En een mengeling van ijverzucht en trots op Jenny deelde Mathilde's innigste voelen in tweeën. Een foltering en een vreugde worstelden er met elkaar; Jenny zou, door haar natuurlijken aanleg, die door Mathilde nooit verkregen goedkeuring verwerven van den geliefden man, maar Jenny was in elk geval Mathilde's kind, Mathilde's vleesch en bloed, bestond dóór haar en behoorde haar.

Sluiten