Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men er tenminste nog maar in voelde bloed van zijn bloed, merg van zijn merg, het ik, het zelf, het verwante. Doch dat men kinderen schiep zoo totaal vreemd aan je, in wier ziel huisde een tegenzin in al je doen en laten, je heele zijn, je persoon.... dat was onoverkomelijk tragisch."

En dan weer voelde zij dat het haar eigen schuld was. Zij zou haar hoogste geluk gevonden hebben in den man dien haar jeugd had liefgehad, die nóg leefde in haar, dien zij nooit uit zich had kunnen rukken. En dan eerst, door hém, zou zij van haar kinderen hartstochtelijk veel gehouden hebben, met al de rijke diepte van haar natuur. De kinderen van Paul Polenius, o zeker zij hield van ze, 't waren en bleven haar kinderen, maar 't was niet dat, niet dat. En dit beschouwde zij als haar voornaamste ongeluk, dat zij zóó was aangelegd, dat de minnares haar eerst de echte moeder zou hebben gemaakt; dat zij niet een geboren moeder was. Ware zij dit, dan zou zij een grooten troost hebben gevonden.

Nu had zij haar kinderen niet voortgebracht met 't beste en edelste van haar scheppingsvermogen gewijd aan den geliefde; zij had ze gedwóngen voortgebracht, omdat 't moest, omdat een man, die haar innerlijk altijd vreemd was gebleven, het wilde, en daarom, schoon de vruchten van haar lichaam, stonden zij nu ver, vér van haar.

Zij was met Paul Polenius netjes naar het stadhuis en naar de kerk geweest, alwaar hun handen eerst wettelijk en toen onder zegenbeden in elkaar waren gelegd, „en 't was min," vond zij dikwijls, „ignobel, vies, vuil, want zij hoorden niet bij elkaar, de natuur wilde het niet van haar kant. God, vrouwen die zoo trouwden, behoefden niet neer te zien op wat de wereld noemt gevallenen, op arme schepsels van de straat. Die zélf getrapt hadden op hun hóógste ik, met de wet en de kerk tot bondgenooten, behoefden géén vróuw ter wereld iets te verwijten. Hoe stonden zij zelf tegenover de waarheid, de eeuwige, die zich wreekt als zij gekrenkt wordt ? "

Mathilde lag te bed, maar kon niet slapen. Het zingen van Jenny, de levensvragen die haar bestormden, hielden haar denken in ketenen. Jenny had zich van avond wat

Sluiten