Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstarden in hun kassen, goed? — Henri Nolette haar voorbij, zonder haar te zien. En letterlijk tegen hem aangesloten, schertsend lokkend met haar lief sten lach liep Irene Ericksen, zijn arm vast drukkend, toen zij moesten oversteken. Hoe Mathilde de macht had een rijtuig aan te roepen, en te zorgen dat geen bezwijming haar daarbij Overmeesterde, wist zij niet. Iets, haar vreemd, sprak met gejaagde holle stem uit een gezicht dat zij lijkwit wist, tot den koetsier, en handelde voor haar. Haar dag verkeerde in nacht. Hij drong toch tot haar door in spijt van haar uiterst gebiedend schrijven, dat hem verbood haar te naderen, in spijt van haar bevel tot niet toelaten, onder voorwendsel dat zij ziek was. Zij was ook ziek, verdreven uit haar paradijs naar het dorre grauwe land van leed. En hij bad om vergeving, het toeval had hem die vrouw weer doen ontmoeten, welke hij meer dan moede was, die zich aan hem vastklemde.

Mathilde vluchtte van hem weg in haar slaapkamer, sloot zich daar op, haar handen voor de ooren, om zijn snikken, die, in spijt van alles, haar hart verscheurden, niet te hooren.

Hij beukte op de deur: , Matty, Matty wees niet zoo

hard, als je alles wist!" Maar zij zag eensklaps zijn wilden blik van zegepraal, toen hij haar in zijn armen had, den grooten dag van geluk. God, als het eens een komplot was geweest tusschen hem en die Ericksen, misschien had hij

daar nu berouw van Misschien een weddenschap om

haar, onnoozele gans, voor den gek te houden ,Ga heen,

Henri, in godsnaam ga heen ik ben op, ziek, je hebt

me genoeg aangedaan, je hebt me verraden, vermoord, als je niet gaat, zal ik gaan!

De beleediging was te groot geweest.

Zij Vergaf het zich niet dat zij hem haar innerlijkste innerlijk, het heilige der heiligen zoo onbevangen ontsloten had

En alleen om bedrogen te worden. Hij was afschuwelijk laf, hij wilde misschien haar én die Ericksen* allerlei veronderstellingen bestormden haar, beschuldigden hem, maar zij zou nu eens toonen, al stierf zij onder haar lijden, dat Matty van der Pel boven, vér bóven die Ericksen stond. „Ver-

Sluiten