Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beurde haar zedelijk ik omhoog; zij had hem, den aangebedene van alle vrouwen, in elk geval vergeefs laten smeeken en kloppen. Hoevelen in haar plaats waren niet bezweken; want dat er iets echts school in zijn gevoel voor haar, was zeker. Maar zij wilde alles of niets, hem geheel voor zich of niets. Als zij hem nu vergeven had, als zij nu lief vrouwelijk week voor hem was geweest, zou die Ericksen, met wie hij, als Helene Otto, die babbel, er onbevangen uitflapte, thans weer gestadiger dan ooit verkeerde, toch altijd tusschen hen zijn gekomen. En welk een leven dan voor haar.

En met al dit wijs gepraat, en deze wijze voornemens, zong het forsch in haar ooren: „Hóud je van hem? hóüd je van hem? Ja, ik houd van hem! ik hóüd van hem!" Het zong zich in de maten van haar zang, het water ruischte het, de wind huilde het. Het was zulk een ellendig opdringend weten. Het lag als gedrukt zwart op wit voor haar. En overal hoorde zij zijn lof verkondigen, zij kon geen courant opnemen of zij las over hem....

Alleen het vooruitzicht in Holland iets te zullen zijn, schonk haar weer wat moed. In elk geval had zij vlijtig gewerkt, en ,tel brille au second rang, qui s'éclipse au premier.' In Holland verdrongen zich de sterren zoo niet.... In dat kleine land wilde zij meer behalen dan een succès d'estime, zij wilde er schitteren.

Zij staalde zich, zij verkoos niet meer te lijden. Lag een heel leven van arbeid en kunstgenieten niet nog voor haar ? Strekte dat zich ook niet uit als een heerlijk beloofd land ? Voor wie hadden Schubert, Schumann en Löwe dan geschreven, zoo niet voor haar?

Zij zag zichzelf nóg in haar fijne witte japonnetje overzaaid met sprankelende zilveren loovertjes, een tak theerozen tegen het laag uitgesneden corsage, rakend het blank harer huid.

Zij wist zich beeldig mooi. Haar moeder, haar familie, haar vrienden hadden gezegd dat alleen haar verschijning het halve succes zou zijn. Zij kwam op, zij boog, men klapte geducht. Zij neeg nogmaals haar bevalligste nijging.

De eerste pianoakkoorden klonken. Zij hief de groote

Sluiten