Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkere oogen, als smeekte zij de bezieling tot haar te komen.

En op eens ontwaarde zij, met een glimlachje van ironie om zijn baardeloozen mond, Henri Nolette, die zich van een galerij vooroverboog. Haar hoofd voer weer neer in een schok, er dikte zich iets in haar keel, er snoerde zich iets vast, het duizelde haar. Dus hij was naar Amsterdam gekomen om haar te hooren ? Hij zou dan alvast wel zorgen dat zij geen succes had. Dat glimlachje, o hoe kende zij het. Geen aanbidder nu meer, wel streng rechter. Het publiek, verwonderd over haar lang zwijgen, staarde haar aan met zijn duizend oogenparen; de begeleider, eveneens verbaasd, herhaalde de inleidingsakkoorden. Zij kneep zich in de hand welke de muziekbladen vasthield, greep zich aan met een geweldige poging, en bracht er gelukkig zuiver uit: .Wiszt ihr, wo ich gerne weil in der Abendkühle?'

Men toonde zich tevreden, haar beklemming liet los, de tonen gaven zich rond, onbedwongen, haar moed steeg, zij zong haar mooiste geluid uit, haar gansche hart, zij wijdde zich, zij gaf zich aan haar zang in een volkomen overgave. Zij wilde, o zij wilde Het moest, zij moest.

Bloemen kwamen, vele en vele van vrienden en bekenden. De bloemen verdubbelden het applaus.

In de pauze kwam men haar gelukwenschen, ook na afloop.. Zij reed met haar moeder en zusjes naar huis, vol van haar groote succes. Het publiek had zich meer dan tevreden betoond. De oude heer Polenius had haar met tranen in de oogen omhelsd. Paul en Frederik waren haar komen complimenteeren. Zij had prachtige zachtrose rozen, die van Paul waren. Hij was niet van hare zijde geweken in de artiestenkamer. Hij vroeg dadelijk verlof haar den middag van den volgenden dag te mogen bezoeken. Het leek Mathilde toe dat iedereen opgetogen naar huis ging, zij zag niets dan vriendelijke gezichten, zij hoorde lachen, het was één tinteling van opgewektheid en goede luim. En in haar groote droefheid balsemde haar deze troost. Liefdesgeluk was niet voor haar klaarblijkelijk, maar geluk door kunst verving het.

Doch de bladen den volgenden morgen! O welk een wreede

Sluiten