Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontgoocheling van haar arme droomen! Het bloempje der illusie werd onbarmhartig uit elkaar gerukt, alle levenssap er uit geperst. Mathilde had hier zoo gauw niet gedacht aan de critiek, die den kunstenaar maakt of breekt.

In Duitschland had zij, de menigte concurrenten ten spijt, het nog tamelijk goed gehad. Maar in haar eigen land.... Sommige kleinere bladen waren wel tevreden, doch hoe voornamer de couranten, des te scherper, feller, hatelijker, moordender de beoordeeling.

Het leek of al die persmannen samengespannen hadden om het meisje in haar loopbaan te stuiten. Eenige zeiden nog welwillend dat hetgeen Mathilde gegeven had, slechts een belofte was; zij hoopten haar later weer te ontmoeten, rijper, aangegroeid tot artieste, maar dit was een aaitje na verscheidene knauwen en krabben en steken. En Mathilde zag opeens, door de letters heen, het portret van Henri Nolette. Die critieken waren zijn werk. Hij, de beroemdheid, had zich, in de pauze zeker, verwaardigd te spreken met „de krant". En nu moesten de verslaggevers toch minstens even groote kunstkenners zijn als Henri Nolette. Eén woord

van Nolette, een glimlach, een schouderophalen In één

blad stond zijn oordeel woord voor woord. „Zij moest zich wijden aan vrome muziek. Het lied lag niet in haar stem" enz: In alle bladen ried men haar aan flink te werken, het venijnigste blad was evenwel van oordeel dat studie haar nóóit iets zou baten. „Wat men van moeder natuur niet had ontvangen, kon niet door studie verkregen worden. Men had 't, of men had 't niet."

„En ben je nu tevreden?" vroeg haar steeds verbolgen vader, die al deze hardheden als beleedigingen tot hem persoonlijk gericht, opvatte, en die voelde als sarrende kletsen koud water in zijn gezicht.

„Waarom móést je op de planken schitteren ? Schitteren! Ik dank den hemel "

„Maar vader, in elk geval was 't publiek toch tevreden, denk u eens aan de bloemen en 't applaus, 't Publiek is toch de groote factor waar je rekening mee moet houden."

„Tevreden ja, en applaus De jongelui, de lawaai-

Mathllde Polenius. g

Sluiten