Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„God Matty," stamelde hij, „Matty."

Haar hart bonsde onstuimig, doch zij spande alle krachten m, en sprak gewild-bedaard-verbaasd:

„Wat is er Henri, waaróm kom je hier ? Om me te condoleeren ?"

Het deed haar een bitter genoegen te bemerken dat elk woord door hem heen scheen te gaan als een priem.

Hij keek haar aan, de oogen vol smeeken.

„Hoe bén je nu? Hoe vóél je je nu?"

„Heel vereerd dat een beroemdheid als jij naar mij komt kijken."

„Matty," hij greep haar weerstrevende handen.

„Heb, wat ik je bidden mag, een beetje medelijden met me, ik sta hier vóór je, een arme zondaar."

„Ik hou niet van arme zondaars." Zij ontrukte haar handen aan zijn greep.

„Je weet niet hoe wat een ontzettend verdriet ik had

toen in Berlijn hoe ik om je geleden heb."

„Hoe gaat 't met Irene Ericksen? Góéd "

„God, martel me toch niet zoo, die vrouw is wég, wég, uit mijn leven voor goed en eeuwig."

„Och kóm."

„Je gelooft me niet, ze is weg, zeg ik je, stoot me nu alsjeblieft weer niet af, ik wil je laten zien dat je vertrouwen in me kunt hebben Ik zal "

„Overal waar je ooit denkt te zingen me met een gezicht vol ironie over een galerij buigen, en dan de heele pers tegen je opzetten."

„Ironie, 't was geen ironie, 't was bangheid om je, onrust dat je niet slagen zoud. En de pers? De pers was wijs genoeg om zelf te oordeelen "

„Met jóuw pen In één courant, je weet wel welke, stond

letterlijk jouw oordeel "

„Die man heeft 't dan juist zoo begrepen als ik.

En ja, de pers is hard, is gemeen voor je geweest, maar ik zweer je Matty, bij alles wat me heilig is, dat ik er geen schuld aan heb."

„Ik gelóóf je niet."

Sluiten