Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanraken.... Maar 't komt allemaal op 'tzélfde neer je ongeluk. Dat willen ze. Als je maar goed beroerd bent, zijn de dames tevreden, en lachen je nog uit op den koop toe. Jullie bent om neer te schieten, bij God! Om te vermoorden ben jullie."

Mathilde zweeg. En toen de stilte hem benauwde:

„Dat je me op straat met haar zag, was een ongelukkig toeval. Ze hing aan m'n arm, voor ik van den schrik dat ze naast me liep, was bekomen. Ik kon op straat toch geen ruzie maken. Na dat diner, toen ze al jaloersch was op jou, heb ik met 'r gebroken. Er zijn vreeselijke scènes tusschen ons geweest. Ze is een onmogelijke, hartstochtelijke vrouw."

„Ja, en ze heeft zich van jou meester gemaakt, en ze zal je nooit loslaten. Zooveel begrijp ik, in mijn onnoozelheid, in elk geval wel. Ik zie je nog aan tafel, toen je voor niemand oogen had dan voor haar. Je had mij nooit op dat diner moeten vragen, en nooit uit een gril moeten zeggen dat ik je wat was. Ik ben je toch nooit iets geweest, waarom zou *t nu opééns komen? Je ziet, ik sta in dat opzicht even hoog en goud-eerlijk tegenover jou, als jij tegenover mij, als criticus, misschien nog wel hooger, en dus geef ik je den raad, zeg nu maar je trouwplannen met mij vaarwel, en ga weer naar je Irene.... mooie naam."

Hij keek haar verwilderd aan: „En dus er is niets

aan te doen? Je hebt Paul je woord al gegeven?"

„Ja, natuurlijk, anders zou ik je niet zeggen dat ik met hem ga trouwen. Dag Henri, 't ga je wel. Verontrust je maar niet meer over m'n carrière, hoor. O a propos, uit naam van de zusjes, die alles hebben opgegeten, dank ik je wel voor de bonbons. Ze vonden 't erg lief van je

„Matty, Mathilde," hij greep haar handen weer en zag haar diép in de oogen. „Je hield van mij, je hóud van mij, je zult nooit ophouden van me te houden, zooals ik nooit ophouden zal 't van jou te doen, maar je trouwt met Paul Polenius, omdat je koppige meisjeshoofd dat wü, want je hart wil 't niet, en dat heeft ook een woordje mee te spreken. Bedenk je nu, en stoot me niet van je af voor goed, want eenmaal weg, ben ik niet meer te bereiken."

Sluiten