Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben niet van plan je te bereiken."

O een voldoening, dat hij zoo kermde en kreunde. Zij kon nu trappen, trappen.

„Ik ken je, 't is je heerlijke koppigheid, die je dat doet zeggen, 't Beteekent niets dat je Paul je woord hebt gegeven; Paul zal toch niet gelukkig met je worden want je houd van mij."

„Hoe kan je nu verwachten dat één vrouw met vertrouwen een toekomst met jóü tegemoet gaat? Misschien, misschien is 't maar half je schuld, want de vrouwen zijn gek. Maar juist ómdat ze gek zijn, zal jij altijd zwak wezen, en je getrouwd zijn zal jou en de vrouwen niet in den weg staan. Maar ik bedank er voor, ik verkies van die geschiedenissen niet de dupe te worden. Adieu Henri. 't ga je goed. Je hebt mij als artiste vermoord met je critiek, middellijk en onmiddellijk, gun me nu ten minste dat ik mijn leven inricht zooals ik 't wil. En ik gun je verder veel roem in Amerika en zoo, en 't beste in alles."

„En ik gun jou een zalig huwelijksgeluk, en een heerlijk

moederschap. En ik vind je om tegen een mum te stooten

met je wereldwijsheid, je altklugheit van een en twintig jaar. Waar haal je die vandaan? Nést, dat je bent, mul, schoolkind?"

„Uit al mijn lijden," had zij willen zeggen, doch haar lippen vormden: „Uit mijn hoofd."

Zij sloeg de deur achter zich toe en liet hem staan, even ongelukkig als zijzelf. En zij gluurde door een gordijn, toen hij op straat het huis voorbijstapte, en haar hart brak bijna.

Maar met de halstarrigheid die zij geërfd had van haar vader, vertelde zij Mathilde van der Pel dat 't zoo goed was en voor haar geluk.

„Die Ericksen is hem toch de baas."

De oude heer Polenius en notaris van der Pel waren beiden evenmin gesticht over het huwelijk; en Mathilde's vader verhaalde als naar gewoonlijk alles op zijn vrouw, sprak

van: „Je dochter, en zoo'n dochter als jij hebt " alsof

arme mevrouw van der Pel Mathilde uit den hemel had

Sluiten