Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen, en hij niet de vader was. De oude heer Polenius moest eindelijk zwichten voor de standvastigheid van Pauls liefde, en Mathilde óverdankbaar het ouderlijk huis, dat haar, met papa, een hel werd, te kunnen verlaten, klampte zich vast aan Paul, als aan haar heul en steun. Hij werd haar de kust, waar een ongelukkige in zee op een wrak ronddrijvend, eindelijk den verkrampten voet kan neerzetten.

En Mathilde was aan Pauls zijde het nieuwe leven ingegaan, besluitend haar plicht jegens hem te doen, zich aan hem te wijden, aan hem te geven. Zij had wel reden Paul hoog te achten om zijn uitmuntende eigenschappen van man en vader, maar toch voelde zij spoedig het yreeselijke harer straf; zij kon nooit van hem houden als zij moest houden. Steeds leefde in haar die andere, en handelde en dacht en sprak met haar. En in de intiemste oogenblikken tusschen haar en Paul omwaarde hij haar.

Toen, na verloop van tijd, werd het ook met Nolette:

,Der andere liebt eine andere Und hat sich mit dieser vermahlt.'

En Mathilde kon nadenken over de eeuwige waarheid:

,Und wem das just passieret Dem bricht das Herz entzwei.'

En er al de folteringen van doormaken.

Paul werd in het derde jaar van hun trouwen ernstig ziek, en na dien tijd nooit weer de oude, bleef sukkelen. Zijn ziekelijkheid belette hem vooruit te komen in zijn carrière van advocaat. Zijn zwakke keel verhinderde hem te pleiten, terwijl Frederik de wanden der gerechtszaal deed daveren van zijn welsprekendheid en schatten won. Paul was zoogenaamd Frederiks compagnon, doch hij verdiende met zijn administratief werk geen twintigste der inkomsten van Frederik. En Paul was goedmoedig, te goedmoedig, liet met zich sollen, zich op zij duwen, wegdringen door den heerschzuch-

Sluiten