Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigen Frederik, voor wien bij een eerbiedige bewondering koesterde. Ook Mathilde had grooten invloed op Paul, die, blind voor haar gebreken, haar tot aan zijn dood toe met hondengetrouwheid liefhad, niet willende of niet kunnende voelen en zien welk een afstand hen scheidde, hoe verschillend zij waren in alles en alles, hoe alleen haar strenge geweten Mathilde bond. Doch op één punt was Paul niet te overreden, hij wilde nooit meer eischen van Frederik, dan deze hem gaf aan salaris. Hij schatte zijn verdiensten als Frederiks raadsman en leider in netelige kwesties veel te gering, en zoo kwam het dat, terwijl Frederik, mede door zijn rijk huwelijk, een man van vermogen werd, de Paul Pöleniussen er met hun talrijk huisgezin éven kwamen.

Mathilde had practisch ingezien dat de meisjes wat gaven of talenten zij hadden, moesten ontwikkelen, en zij zorgde ervoor dat zij leerden en studeerden.

Mathilde ging weinig in de wereld met de meisjes. Trude; die wel een Polenius was, maar tevens zeer aardde naar haar kregeligen somberen grootvader van der Pel, met zijn nuchtere degelijkheid, zijn minachten van al wat ideaal heette, haatte, gelijk een kloosterzuster, dadelijk uit den grond naars harten, bals, avondjes, partijen en muzikale bijeenkomsten; spotte met de wereld, toen zij nauwelijks haar eerste schreden er in gewaagd had; want Trude kon bogen op een scherpe opmerkingsgave, een advocatenverstand. Mathilde zag het al van Trude's prilste jaren. Trude's aanleg was die van de vrouwen zonder temperament hoegenaamd, geschikt ook voor de droogste aller studiën.

Ida, daarentegen, moest geremd worden in haar uitbundigheid, en tot studie gedwongen; in het wereldsche zich op den voorgrond willen stellen en van zich laten spreken zeer Frederik Polenius nabij komend, wiens koudheid van hart en zelfzucht, gepaard aan een hartstochtelijke natuur, Ida niet onvreemd bleken. Jenny keerde de wereld, als te oppervlakkig, dadelijk den rug toe; iets hoogers en edelers vindend in haar werk, haar kunst, doch met den helderen familieblik inziend, dat kunst behoefte heeft aan aanmoediging van buiten; dat men zich niet met haar kan opsluiten, doch haar

Sluiten