Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom geneusd, ingebrand rood gezicht werd nog benadeeld door een onmodischen, haar voorhoofd overwelvenden amazonehoed, waarvan de magere veer uitraf elde over haar dunne, uiterst strak omhoog getrokken haren, met eenig grijs al door hun bruin, die haar nekvleesch leken te pijnigen. „Arme Helms, zij waren zoo goed en vriendelijk," dacht Mathilde, „maar zij misten ten eenmale de geschiktheid zich een beetje voordeelig te kleeden." Van de rijke Suzanne en Frederik was het niet te verwonderen dat zij met de Helms spotten. Zij noemden hen de turf en houtkennissen, schoon zij zeer goed wisten dat mevrouw Helms man in graan had gedaan. Maar Suzanne brak niet alleen graag Mathilde af, doch alles wat tot haar in betrekking stond.

Het was mevrouw Frederik Polenius, die vond dat alleen geld den mensen waarde verleent, een behoefte haar schoonzuster te vernederen.

Mathilde deed de Helms maar zelf even open, want eer de langzame Geesje van een slaapkamer, welke zij boven „voor goed deed" naar beneden was....

De dames Helm lachten beiden een zacht genoeglijk lachje van zegepraal, toen zij over den drempel der huisdeur schreden, als hadden zij het einddoel van een gevaarvollen tocht bereikt. „Ziezoo, we zijn er. 't Is toch een eind...."

„Mevrouw Helm Zoo, Everdien. Wat brengt u héérlijk

wéér mee.... 't lijkt September."

„Mathilde, hoe gaat 't, beste kind?"

„Dag mevrouw Polenius, hoe maakt u 't? Ja, snoeperig weertje, vind u niet? Ik ben blij voor moe. 't Verjongt 'r."

Mathilde noemde de vriendin harer moeder mevrouw, dier dochter bij den naam; doch Everdien, schoon slechts drie jaar in leeftijd met Mathilde verschillend, achtte zich te jong om mevrouw Polenius bij den voornaam te noemen. „Als ongetrouwde vrouw, was je toch altijd jonger," redeneerde Everdien. Ook schuchterde zij in ontzag voor Mathilde's mooie statige persoon, rustige zekerheid, en kennis op kunsten velerlei gebied. Everdien, hoewel Mathilde een echt lieve vrouw vindend, voelde in haar gemoedelijke hartelijke huiselijkheid, zich nooit zeer op haar gemak bij mevrouw Polenius,

Sluiten