Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zij was tegenover deze van een overdreven, bijna kinderlijke onderdanigheid.

„Gut mevrouw, dat doe ik toch wel zelf," toen Mathilde de paraplu's afnam, zonder welke de dames Helm slechts zelden de straat opgingen. Mathilde wilde de bezoeksters voor laten gaan naar de huiskamer, maar er was niets aan te doen, Everdien wilde met geweld achteraan komen.

Zwaarwichtig en breed-langzaam zetten zich de dames Helm op de aangeboden stoelen. „En kind," wendde mevrouw Helm zich op gemoedelijke wijze tot de tegenover haar zittende Mathilde, „hoe maak je 't nou?"

„Zooals u ziet, heel best, lichamelijk, maar mijn beurs maakt 't minder goed."

„En de kinders, de meisjes, Jules?"

„O, allemaal in blakenden welstand, dank u O —

apropos, Everdien, wat vind ik dat aardig van je om pianoles te gaan nemen bij Ida, die nog niet eens haar diploma heeft

Dank je wel, hoor." Zij stak de hand naar Everdien

uit.

Maar Everdien, schuwtj es haar vingers in die van Mathilde leggend, wilde er niet van hoor en dat het aardig was, heelemaal niet. Zij wilde les nemen omdat ze zoo sukkelig speelde, en moe haar altijd verweet dat 't zoo valsch klonk, en zei: ,had 't ook nog maar wat bijgehouën, kind,' en zoo.... en dus.... daar ik Ida toch kende.... kende

„Niet," hier haalde Everdiens' sopraan hoog uit, „dat ik nog in gezelschap de menschen wat voor wou spelen, gut, zóó gek ben ik natuurlijk niet, maar voor eigen genoegen zoo .... En Ida, die kan 't zoo beeldig, is zoo knap. Je valt er bepaald van omver. Die loopjes hi hi hi Nietwaar

moe, ze speelde zoo snoeperig iets.... e.... iets van Beethoven. En dan uit 'r hoofd nog wel. Hoe ze dat kan.... Nou hoor."

„Ja, 't is een ware kunstenares," prees moe Helm

„maar alle Poleniusjes zijn zoo muzikaal, dat hebben ze van hun mamaatje, 't Is maar jammer, kind, dat jij 't er in je huwelijk zoo heelemaal hebt aangegeven. Maar dat zeg ik zoo dikwijls tegen Everdien, als ze eens wil studeeren, die

Sluiten