Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar stukjes die ze dan kent, en mevrouw boven verlangt gauw een haringsla omdat ze koffiebezoek krijgt: je kan geen twee dingen tegelijk doen. Manlief en de kinders verzorgen en op concerten zingen...."

„Ik ga nou toch wat meer spelen," verzekerde Everdien, „want Ida kan 't zoo prachtig. Zóó leer ik 't natuurlijk wel nooit, maar toch.... wou ik 's probeeren...."

Mathilde glimlachte. Zij kon zich zoo voorstellen hoe leege ijdele Ida met haar leeg ijdel spel die twee eenvoudige zieltjes overbluft had als een goochelaar een boerenmenigte. Bij haar moeder aan tafel had Ida natuurlijk gedaan of zij niets om het oordeel van zulke sukkels als de Helms gaf, maar haar moeder zag haar voor de piano bij de Helms zich aanstellen. Zij wist dat Ida lof noodig had als dagelijksch brood, en Jenny totaal ongelijk, heelemaal geen voldoening haalde uit zichzelf. Alles moest van buiten komen. Steeds als een geknakt riet steunen op een ander. Everdien babbelde gejaagd bewonderend voort over Ida's trillers en loopjes, puffend omdat haar de boa nu toch wezenlijk ondraaglijk werd; haar schraal geluid nu en dan uitzettend, als waren de beiden anderen stokdoof; gestadig adem te kort komend, terwijl haar moeder daarentegen, met haar langzame wel overwogen zinnetjes, zeer veel adem overhield, en telkens een punt trachtte te zetten achter Everdiens snelle spreken, dat Mathilde tusschen beiden deed hijgen in een soort van vermoeidheid.

„Maar kindje," suste de oude mevrouw, als Everdien zich uitputte in zelfbeschuldigingen over haar geringe muzikaliteit: „Waar zou jij dat nou vandaan moeten halen?"

„Mijn beste Everdien," Mathilde kon het eindelijk niet langer aanzien, „doe die boa toch af. Op straat moet je 't er al warm mee hebben...." Mathilde stond op, Everdien wipte dadelijk omhoog. „Te warm, mevrouw? te warm ja, dat is ie ook eigenlijk.... ja, hier in die kamer .... pff.... o foei.... Ik heb 't altijd warm.... zoo gék...." Mathilde nam haar lachend het bont van de schouders. „Meisje, meisje, waarom doe je zoo'n zwaar ding nu al om, wat doe je in Januari dan wel?"

„Waarom ? 't Staat zoo gekleed, vooral op dit groene pak

Sluiten