Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hoort u eens, al is 't nog zoo laf weer, 't is toch al wintertijd, 't is al bij November, weet u dat wel, en dan moet je der toch naar gekleed gaan. Anders kan je wel heelemaal thuis blijven."

Mathilde glimlachte over die opvatting van Everdien, en schelde om de thee.

„Thee ?" riep Everdien blij verrast, „hè heerlijk thee..

Ja, zoo'n kopje thee... Wij zetten 't ook wel's 's middags, hè moe?"

„Ja, ja, als we zoo's érg gezellig willen zijn. Maar beste kind," tot Mathilde, dat had je nou heusch niet voor ons hoeven te doen, hoor. Wij hadden 't gerust wel zonder thee gedaan."

„Gerust, gerust," verzekerde Everdien, maar keek toch met gretige oogen naar de deur, waartegen men met lompe stooten van een blad met kopjesgekletter hoorde.

Mathilde liep er haastig op toe, en liet de uit haar krachten gegroeide spichtige jonge meid binnen, die in één agitatie voor het bezoek, op haar teenen nader kwam, omdat haar vooraf bevolen was niet zulk een leven als gewoonlijk te maken; terwijl zij, uit pure behoedzaamheid, voorover dreigde te vallen met haar last.

Tot mevrouw Helms hartelijke bewondering, slaagde Geesje er in den trekpot met deszelfs heeten inhoud niet in den suikerpot te doen belanden, noch juist alle lepeltjes uit het vaasje te zaaien over het bordje met zoete beschuitjes. Waarna, met een diepen zucht van verlichting, Geesje wegschoot als een persoon op een cinématograafdoek.

„En zijn de meisjes nu zoo allemaal uit?" informeerde Helm, na welbehaaglijk eenige teugjes te hebben genoten.

„Ja, u weet wel, Trude is op bureau Nu en Ida op de

muziekschool, en Jenny is aan 't les geven aan een vriendinnetje. We hebben 't rijk alleen, en kunnen dus vrij uit spreken over 't kamers verhuren."

,,'t Zal je misschien niet meevallen, beste kind," zei mevrouw Helm.

„Alles heeft zijn voor en zijn tegen.... tegen" .... troostte rad Everdien. En zij en haar moeder kwamen overeen dat

Mathilde Polenlus. g

Sluiten