Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in elkaar; moe deed nooit een stap zonder Eef; Eef nooit een stap zonder moe.

De eenige angst die haar beiden in 't bijzonder de moeder, kwelde, was dat Everdien eens alleen zou achterblijven, en toch hoopte de moeder natuurlijk eerder te gaan, want wat zou haar leven zijn zonder Eef!

Arme Everdien, al mocht zij niet mooi heeten, eens was zij jong, en iemand zou haar oneindige goedheid van hart, haar zonnige opgeruimdheid, haar moed om tegenspoed te tarten hebben kunnen waardeer en; maar géén man had het ooit gedaan, géén man had ooit langer in die vriendelijke kleine bruine oogen gekeken dan strikt noodzakelijk was, en zij werd een van de vele vrouwen die overschieten, en die niemand noodig heeft om lief te hebben, als vader en moeder er niet meer zijn. Arme Everdien! Mathilde zuchtte, denkend aan haar eigen meisjes en hun mogelijk alleen leven later. Doch terwijl zij Everdien om haar verkeken gelukskansen beklaagde, benijdde zij de Helms van harte om dat in elkaar opgaan. En zij voelde zich tegelijkertijd dankbaar dat zij ze had, goede vrienden in nood, aan wien men wat kon vertellen, trouw als Newfoundlanders, hun vriendschap stevig als een rots. Een ware verkwikking in het leven, hun verschijningen mochten dan onsierlijk zijn. Met hen kon Mathilde ten minste nog eens uitpraten zonder antipathie te wekken, als bij haar schoonzuster, of stroeven tegenstand, als bij bijna al haar kinderen.

En zij schonk de dames Helm voor de tweede maal thee in, terwijl weer ijverig overwogen werd wat het best voor haar was ten opzichte van het kamers verhuren, ,,'t Best is een heer z. b. b. h.", meende de oude mevrouw, „en dan moet je in de Avondpost adverteer en. Lukt 't niet, dan kan je weer eens adverteer en om een dame. Iets moet er aan ten koste." Mathilde, niettegenstaande haar verzekerd spreken tegen haar meisjes en Frederik, zweeg even in twijfel. Eindelijk zeide zij zeker te weten dat de Frederik Poleniussen zouden hebben tegen een heer. Maar de Helms beweerden dat men zich aan deze toch niet kon storen, dat iedereen moest doen wat hij verkoos, dat het tegenwoordig overal gedaan werd, enz.

6*

Sluiten