Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschoten bepaald van kleur, want voor haar, nederige zieltjes, waren dames van den Scheveningschen weg, die een groote villa bewoonden en een auto er op nahielden, zéér te duchten wezens. Daarbij gevoegd het nijdig smadend uiterlijk der immer grimmig gestemde advocaatsvrouw, kwam hun overhaaste, schier dolle vlucht door de gang, Mathilde zeer begrijpelijk voor. Zij rukten in haar angst zelf de straatdeur open, en aldus zag Mathilde plots een pêle mêle van Helms en Poleniussen, die zich in en uit haar huis wrongen. Everdien, in een onbeschrijflijken staat van gejaagdheid, bonkte natuurlijk met veel „o pardon's" aan tegen de in fluweel gedoste mevrouw Frederik, die in verbeten woede de smalle nijdlippen van haar vierkantigen mond inzoog, terwijl haar booze oogen glommen.

Mathilde, fijntjes glimlachend, geen oogenblik haar zelfbeheer sching van dame verliezend, liet Suzanne en dochter eenige passen de gang ingaan, en drukte op den drempel nog vriendelijk de handen der dames Helm, die met verluchte aangezichten, vuurrood den adem uitblazend, zich echter met ongemeenen spoed aan Mathilde's minzaamheid onttrokken, en langs de huizenrij voortjachtten, als zat de zure nietige mevrouw Frederik haar op de hielen. O, zij waren zóó blij dat dit géén familie van hun was. „Zoo'n schoonzuster voor u, hè moe?"

„Nou Eef, en zoo'n tante voor jou." En zij beklaagden Mathilde, schoon zij veel fiducie hadden in haar levenstact.

Suzanne, in tusschen, dribbelde druk en eigengerechtigd, als had zij alles te zeggen in dit huis, naar Mathilde's voorkamer. Etha's slanke rechte meisjesgedaante, in pauwenblauw, kwam bedaard achter mama aan; Etha hield de oogen neer.

„Lompe wézens," mevrouw Frederik hief een pand van haar lange zwart fluweelen jaquette naar het licht, als had Everdiens aanraking de stof besmet. „Zulk volk toch tegenwoordig, 't Weet heelemaal niet tegenover wie 't staat. Dat loopt tegen de menschen aan. Maar daar moet je bohème voor zijn als mijn waarde schoonzuster, om er zulke spekslagerskennissen op na te houden." De ongelukkige Helms

Sluiten