Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten prooi aan de kwellingen der jaloezie. Haar radde tong repte zich nu met een werkelijk zuidelijke radheid.

Frederik kreeg er ten laatste genoeg van, sprong op en barstte driftig los, met nadruk gebarend: „Wat had jij nu noodig daarheen te gaan, en te herhalen wat ik je vertelde ? We waren toch overeengekomen dat we de zaak zouden dulden, omdat we geen geld méér wilden gevem En als de kennissen ervan hoorden, zouden we zeggen dat 't met onze goedkeuring was. Cligner 1'oeil, faire bonne mine a mauvais jeu. En nou ga jij me den boel weer bederven. Wat hoefde jij nou die vrouw, die al zooveel naars heeft gehad, nog te gaan opwinden? Hou je er buiten."

„Dat heb ik mama ook gezegd. Mama was hard, noodeloos hard."

Frederiks barmhartigheid bracht Suzanne buiten de grenzen harer woede. Iets waarin haar man zich verkneuterde. Frederik had evenveel behoefte er aan zijn vrouw tegen te spreken als zijn schoonzuster te verdedigen. Suzanne had haar man gaarne het bleeke gezicht met een slag roodgestriemd. Zij hief de hand op, maar toen haar blik zijn zich fronsende wenkbrauwen ontmoette, liet zij die hand weer zakken, en knepen haar trillende vingers in het fluweel van haar mantel.

„Heb ik 't niet gedacht ? Mij geef je weer ongelijk, mij,

je vrouw maar dat schepsel daar op den Stationsweg,

dat schepsel met haar airs, dit krijgt gelijk van je. Ja, ik weet wel wat ze je waard is, dat schepsel! Al sedert jaren weet ik 't, O, ik ben een rampzalige vrouw ik ben

„Suzanne!" klonk de stem van Mr. Polenius hoog boven dien woordenvloed uit, als in een bevel gegeven door een scheepsroeper: „Bedwing je, ga heen! Etha, alsjeblieft." Een gebiedende vinger wees Etha weg. Het meisje haalde de schouders op en verdween. Mr. Frederik ging weer zitten, en smakte ongeduldig met de lippen. Suzanne zag naar de deur, die zich achter Etha sloot: „Maar ik zal zeggen wat ik te zeggen heb!"

„Maak 't dan alsjeblieft kort," zei haar echtgenoot cynisch, „of hou liever heelemaal je mond, je verveelt me stevig."

Mr. Frederik Polenius trachtte te schrijven, terwijl zijn

Sluiten