Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden avond schelde Mr. Frederik Polenius* aan bij zijn schoonzuster.

Mathilde zat in haar huiskamer thee te drinken. Trude genoot boven, op haar kamertje, van thee plus staathuishoudkunde. Jenny en Ida stonden, hoed op en mantel aan, haastig een eerste kopje te ledigen. Ida zou den avond bij een kennisje in Duinoord doorbrengen. Jenny, die dit voor haar zang noodig oordeelde, ging bij een onderwijzeres, wier geliefkoosde leerling zij was, gratis italiaansche les nemen.

„Mevrouw, daar is meneer Polenius, meneer wou u even alleenig spreken," kondigde Geesje aan.

Mathilde kon zich niet betoornen, het zachte belletje had haar, in een voorgevoel, reeds een lichten schok gegeven, en nu verbleekte zij zichtbaar. De meisjes keken haar verwonderd aan. „Best Geesje, laat meneer hier."

„Die nare oom Frederik," zei Ida, die altijd heel lief tegen hem was, „wat kan hij nu weer voor onmogelijks te vertellen hebben? Bespottelijk, om zich te laten aandienen. Idioot. Kom Jen, ga mee, wij mogen er niet bij zijn."

Jenny bleef haar moeder aanstaren, en Mathilde las in haar oogen wat zij dacht. „Had oom Frederik berouw van zijn weigering, en kwam hij dit nu vertellen ?" Onwillekeurig, schudde Mathilde in ontkennend antwoord het hoofd, en gebood den meisjes met een wenk heen te gaan. „Dag kinderen."

„Dag ma!"

„Dag mevrouw moeder." Ida fladderde naar de deur.

„Ida, om kwart over tienen thuis, hoor."

„Hè, ma, kan 't geen half elf," Jan (de broer van het kennisje) „brengt me wel."

„Ik heb veel liever dat je de tram neemt en alleen komt. Met je Jan altijd."

„Hè, u bent altijd zoo gebeten op Jan. 't Is een doodnette jongen."

„Ga nu maar, ga nu maar gauw."

„Jonge dames," groette Frederik in de gang, op zijn luchtigen man-van-de-wereld-toon, terloops de handen van Ida en Jenny drukkend. De laatste gaf hem de hare noode.

„Waar moet dat naar tóé, Ida?" Hij hield haar even

Sluiten