Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande, keek haar met eenig welgevallen in het blozend bol gezichtje, in de groote leege bruine kijkers, die dadelijk behaagziek opschitterden onder zijn blik.

„Dat mag u nu eens niet weten!" Zij leegde haar keel van haar lieftallig gewoonte-lachje, terwijl Jenny, stijf trotsch doorstappend, de straatdeur naderde en die openhield.

„Haal maar geen ondeugende streken uit, nest." Frederik, in een aanval van bijzondere welwillendheid, tikte de jongste tegen de wang. Ida lachte luid, ook nog toen zij en Jenny op straat stonden.

„Hemel Ida, maak toch zoo'n spektakel niet," bestrafte de zedige Jenny, onrustig rondkijkend of ook een minder aangename nabijheid aangetrokken werd door Ida's lach. „Preutsch wicht!" Ida haalde de schouders op.

„Je zal misschien nog wel eens veel erger dan ik doen. O zeg, Jen," gilde zij het plots uit, „als ons lieve Fritsje niet geketend was aan tante grut, zou je zóó zeggen dat hij ma een liefdesverklaring kwam doen, ha, ha, ha!'

„Hè kind, ben je nou niet goed ? Dat is letterlijk 't eenige waar jij aan denkt. En in dit geval is 't bepaald misselijk. Om er 't minst van te zeggen."

„God kind, jij zal heel blij zijn als jij eens gevraagd wordt, hoor; als iemand nog van jouw drakerige persoon gediend is. En als ik gevraagd word, zeg ik dadelijk ja; dan ben ik ten minste uit dat nare huishouden. Ik hoop maar op een indisch ambtenaar. Hoe verder hoe liever. Jij natuurlijk op een muzikaal genie."

„Precies!" weerde Jenny af. „Ga nu maar uit den weg voor die kar; overreden, kun je niet meer naar Indië".

„Wicht."

Gebelgd over Jenny's ontoegankelijkheid en hoogheid, liep Ida naar den overkant der straat, en de zusters vervolgden hun weg ieder afzonderlijk.

„Frederik," Mathilde verhief zich bevend van haar stoel. „Ga zitten." Zij keek hem verrast, tevens ontsteld in het vroolijk gelaat.

Hij dreigde haar met den vinger. „Matty, Matty, wat

Sluiten