Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heel treurig voor jou en voor haar, maar daar moet jij, als de verstandigste, dan maar verbetering in zien te brengen."

„Je weet even goed als ik, Mathilde, dat dat godsonmogelijk is. Echtelijke wanverhoudingen als de onze zijn evenmin te genezen als de kanker. Je moet, met een poging tot genezen, kanker uitsnijden, en zoo moet je met slechte huwelijken ook maar doen. 't Gezwel moet dóór en de leelijke stof moet er uit Scheiden dat is nog maar 't beste."

Mathilde's mond opende zich in ontzetting. Nooit nog had Frederik zoo gesproken. Dat hij niet bepaald gelukkig kon zijn, zelfs hij, de koude berekenende niet, met een vrouw als Suzanne, kon zij begrijpen, maar dat het zóó met hem gesteld was, had zij nimmer gegist.

„Fréderik, je bent gék, gék zeg ik je."

„Ik ben nooit beter bij mijn verstand geweest, lieve Matty. Ik heb in mijn carrière al heel wat huwelijken te niet gedaan om veel onbeduidender redenen, dan waarom ik 't mijne met die schrielheid, die staak, dat ganzengeraamte wil te niet gedaan hebben."

„God, denk toch aan je dochter, aan Etha."

„O Etha.... Etha moet maar kiezen tusschen ons tweeën... Ze houdt natuurlijk oneindig meer van mij dan van haar moeder. Kiest ze Suzanne, dan zal ik haar toch wel zien

van tijd tot tijd kiest ze mij, kan ze bij jóu in huis."

Hij blikte haar gretig aan.

„Maar als Suzanne nu niet wil scheiden.... of als.... En bij mij.... ? Dan zou de wereld met recht kunnen zeggen dat ik.... Gód Frederik!!"

„De wereld zóó ook met recht kunnen zeggen dat jij.... enfin, que tu y es pour quelque chose, want als ik eenmaal bevrijd ben van mijn levenslast, zal ik jou vragen mijn verdere bestaan met me te deelen, jóó Matty de éénige vrouw die ik ooit gewild heb. Je bent weer zoo aanbiddelijk-naïef van avond."

„In godsnaam, Frederik, hou op, hou óp, want ik bel zóó de meid om je uit te laten...."

„Dat zal je niet doen. 't Is je heilige plicht me aan te

Sluiten