Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon geven, behulpzaam was in het doorworstelen der vele droogheden.

Onhoorbaar weder sloot Mathilde de deur, Trude latend in haar tevreden staat. „Gelukkig kind, dat zich over niets zorgen maakte, nooit zieleleed noch strijd gekend had, of zoü kennen, nooit aarzelde als er iets voor haar te kiezen viel, gelukkig nuchter kind.

,Dat wil ik doen, ik dóé het.' Zou ik willen zijn als Trude ?" dacht Mathilde, zich langzaam ontkleedend, hopend dat de groote vermoeidheid die haar gejaagdheid was komen afmatten, haar de oogleden zou toedrukken in z war en slaap. Als zij maar ééns geslapen had, zou zij wel beter zijn, en in staat tot denken.

Frederik Polenius had, in de koude avondlucht, toen zijn schoonzusters deur achter hem was dichtgevallen, gewankeld als een dronken man. Hij was even tegen een lantaarnpaal gaan leunen, lichtte zich den hoed van het hoofd en liet zich omguren door den krachtigen wind, die suizelend over hem heenvoer, als met slag van reusachtige vlerken. ,,En nu 't vervolg van den roman," prevelde hij, en een lachje doorglinsterde zijn baard. Eindelijk had hij dan toch iets kunnen nemen van alles waar hij al zoo lang naar gehunkerd had. „Hij zou wel voetje voor voetje moeten gaan nu, maar

enfin Voor wie geduld heeft Tout vient a po int a

qui sait attendre ...."

Thuisgekomen, trad hem in zijn studeerkamer tegemoet Suzanne,' die hij te bed waande. Fleemerig en nederig was zij. Haar gewone taktiek. Een woede tegen zijn lot raasde opnieuw in hem op.

„Frits," begon zij, „Fritslief."

„Suzanne!!" Hij ging zeer dicht voor haar staan, de armen over elkaar. En hij imponeerde haar weer zeer door zijn mannelijke flinkheid. Zij vond hem toch den mooisten, den knapsten man die er bestond. En hij was van haar, van haar alleen.

„Ben je nog.... nog boos, Frits?"

Hij keek neer zooals hij het dien namiddag gedaan had op haar gekrinkelde gore bleekheid, waaruit hem haar flauw

Sluiten