Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande oogen, met leden rood gezwollen van het schreien, smeekend aanblikten. En zijn verbeelding ontkleedde haar, ontdeed haar van dien moeien roodzijden peignoir met rijke écru kanten, die niemand had moeten aanhebben dan Mathilde, zij n Mathilde. Hij zag haar verschrompelde enge lichaamsvormen. Een gevangen leeuw was hij; hij had lust te brullen. Maar bij sprak met de ruwe onverschilligheid die haar zulk een pijn deed:

„Och, néé, loop naar de maan! wat zeur je, ik ben niet boos gewéést, maar ik verzoek je vriendelijk je voortaan meer in te houden, en niet zoo'n spektakel te maken. Je moest in elk geval hooger staan dan je keukenmeid. Die zou zich misschien nog schamen er voor. Maar jij denkt: ik mag als mevrouw alles doen. En dat mag je niet, je mag je niet aanstellen als een voddenraapster. Als je soms denkt dat ik geloofde in je onzinnig gegil Ik verbied je voortaan zoo'n

leven te maken, begrijp je, ik verbied 't je, of ik sla mijn tenten ergens anders op. Dan leven we maar gesepareerd. We zullen de eersten niet zijn en de laats ten niet!"

„Frits, lieveling, hoe zou je me dat ooit kunnen aandoen ?"

„Dat zal je zien hoe ik dat kan."

Zijn witte tanden blonken haar tegen in een honenden lach. Zij vond hem aanbiddelijk, en meer begeerenswaard dan ooit. Maar de gedachte aan haar millioen verdrong die gevoelens en plaatste zich breed op den voorgrond. Zij opende den mond.

Hij had reeds gelezen wat zij dacht, en schaterde satanisch.

„Je geld, hè? Ja, je millioen, daar hou je nog meer van dan van mij, al ben ik je lieve pop. Maar je kunt 't méénemen, je millioen, op je rug in een ranseltje, je kunt 't naaien in een kussen en er op gaan zitten, alles wat je maar wilt,

als je't maar ver van mij doet als ik je maar niet hoef

te hoor en en te zien."

„Mathilde!" kreet zij beverig, instinctmatig gissend uit welke bron deze woede-taal opborrelde. _ „Mathilde," herhaalde hij ironisch, „ja Mathilde, als jullie je woede wilt luchten, moet er altijd een andere vrouw, die volkomen onschuldig is aan den staat van zaken, in

Mathilde Polenius. g

Sluiten