Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't spel zijn. Net of ik zóó'n idioot ben, dat ik zonder iemands hulp niet tegen jou rechtmatig kan uitvaren. Je

moest een anderen man voor hebben Die zou niet

twintig jaar je verdómde kuren hebben verdragen, bij God niet!"

„Frits, Frits," zij kreunde nu in deemoed, „wees toch niet zoo ruw en hard tegen me."

„Ik heb er alle reden voor. Je hebt me tot 't uiterste gebracht."

„Ik zal niets meer zeggen, Frits, ik zal me stil houden

daar, daar. Nou góéd?"

„Goed? Ja, goed nadat je eerst 't huis 't onderste

boven gegild hebt, zal je je stil houden, 't Wordt tijd, dit je je stil houd."

„Geef me dan nou maar een zoen."

„Och, laat me met rust, ik ben niet gestemd voor nonsens. Ik heb andere zaken aan m'n hoofd. En ga nu héén, wat ik je bidden mag, Suzanne, want ik kan je hier niet gebruiken."

„Ik zal gaan, als je één vraag beantwoord," vleide zij. terwijl de begeerte om te weten haar als een schicht uit de oogen sprong.

„Ben je bij Mathilde geweest?"

Hij deed verwonderd, trok de wenkbrauwen hoog op.

„Ik?! Geen haar op mijn hoofd dat daar aan dacht. Als

ik'zoo leuterig en kinderachtig was als jullie vróuwen, ja

Jullie moet 't maar onder elkaar uitmaken."

Zij verhief zich op de teenen, om hem te kussen. „Dag, schat, dag lieve schat," fluisterde zij, bijna in een snik van aandoening, zijn onwillig hoofd met de kracht harer beide handen omlaag trekkend. Hij voelde het als tusschen twee schroeven, en had moeite haar niet af te schudden als een vieze slak. Met uiterste mspanning bedwong hij zich, drukte zelfs, toen zij om een zoen vroeg, zijn snor even tegen haar voorhoofd, of liever veegde die er overheen, raspend haar vel. Hij had haar graag gebeten. En hij dacht aan den zoen van een half uur geleden, waarvan louter de herinnering zijn zinnen nog steeds bedwelmde, en hij veegde zijn lippen af, en streek zijn snor op met zijn geparfumeerden zakdoek.

Sluiten