Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven toch moeilijk. Welke problemen had men niet op te lossen alléén, als vrouw alleen. Altijd nog had Frederik haar geëerbiedigd; al spraken soms zijn oogen hun zwijgende, voor haar toch zoo verstaanbare taal, welke zij steeds veinsde niet te begrijpen, wee als zij ervan werd. Wat bezielde den man op eens

Haar hoofd werd zwaar, haar denken doffer, verwarde zich, verloomde al meer, verloor zich in een droomenloozen slaap. Toen de morgen grauw door haar venstergordijnen daagde, knepen als de vingers van booze herinneringen in haar geest, en onderwierpen haar, door hem wil nog onbeheerschte zenuwen, aan zulk een folterlijden, dat zij wakker voer in een redeloozen angst, wetend dat haar iets alleronaangenaamst, iets ellendigs was overkomen, zich toch nog niet juist bewust wit. „Ja, wit was het ook weer? O ji, FREDERIK!!!" Scherpe pijlen van pijn schoten de nevelen uit haar geheugen weg, en de waarheid drong tot haar door in felle klaarheid. „Frederik, o ja, het vrééselijke. Als zij zijn geld blééf aannemen, en zoodoende de verplichting, zou toch mettertijd de toestand onhoudbaar worden." Zij kleedde zich aan, kon niet goed vorderen. De gewone dagelij ksche dingen waren er te doen. Voor het ontbijt zorgen; Jules, Ida, Trude, een ieder moest op zijn beurt worden weggeholpen, Jules naar gymnasium, Ida naar de muziekschool, Trude naar haar bmeau. Een elk had zijn eischen en bevelen. Jenny alleen bleef heden thuis.

„Morgen kinderen." Zij zette zich aan tafel, met afgematten geest en lijdenstrekken en holle oogen.

„U is laat, ik heb me al vast thee ingeschonken," gispte Trude, de houten. „Geesje heeft gezet."

„Wat ziet u bleek, mama," keurde Jules af. „Voelt u zich niet goed?"

„Neen vent, mijn hoofdpijn is nog niet geweken.

„U hebt anders nooit zoo lang hoofdpijn," verweet hij.

„Kan wel."

Ida holde bier binnen, kijvend met Jenny, die haar volgde, over een roomklem linten strik, die in Ida's doos was geweest, maar er nu opeens uit bleek.

Sluiten