Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jules maar een beetje nader tot zich voelen kon Misschien

zou hij haar meer waardeeren als hij ouder werd..

En Geesje wachtend, de kamerdeur aan, droogde zij haar lampetkom af. Maar door de open straatdeur bromde geen mansgeluid naar boven, doch klonk de schelle gejaagde sopraan van Everdine Helm.

„Mevrouw heeft wel 'n oogenblikje, hè? Mevrouw boven aan de slaapkamer ? O, zeg maar of juffrouw Helm mevrouw

even kan spreken of neen, ik hoor de juffrouw, misschien

kan de juffrouw " Everdien klopte al aan de salondeur.

,,'t Is de groenteman geen ééns, mevrouw," berichtte Geesje in diepe telemstelling smalend, ,,'t Is juffrouw Helm maar."

Mathilde ging nog even voort met haar werk, wreef haar kar af je blinkend. Dat deed Geesje nooit zoo goed.

„Ma, ma!" riep Jenny op eens aan de trap, „komt u toch even! Gauw! Everdien heeft zulk héérlijk nieuws!" Jenny's stem klonk zoo blij, dat haar moeder zich wel moest naar beneden spoeden. „Wit kon het heerlijke nieuws zijn, dat Everdien bracht? Van avond pas kwam de advertentie in de Avondpost. Had Everdien soms al een huurder gevonden, een kennis gesproken die juist kamers zocht?" Dat zou inderdaad een welkome tijding wezen. Sedert het bezoek van Everdien en haar moeder had Mathilde geestelijk zooveel doorleefd, dat 't in haar geheugen aanvoelde als waren de dames Helm er drie maanden geleden geweest, in plaats van eergisteren.

„Wel Everdien, beste meid, wat is 't?"

Als gewoonlijk blies Everdien benauwd, voor zij opgewonden kon antwoorden: „Mevrouw Polenius, ziet u dat kaartje eens goed aan! Dat is voor u, van iemand die u kent. Ha ha ha! U raad ook wel waarvoor, hè? Nou óf u...."

Mathilde, met een voorgevoel van wat zij te zien zou krijgen, las het gedrukte:

Henri Nolette.

Daaronder was met potlood gekrabbeld de datum van zijn tweede concert in den Haag; terwijl aan de achterzijde de naam van zijn hotel prijkte in hetzelfde handschrift, welks slordigheid Mathilde hem zoo dikwijls verweten had, toen

Sluiten