Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hè ma, laat mij 't adres zetten, hè toe! Zoo heerlijk, dat je zoo'n beroemdheid zoo goed als persoonlijk kent! Verrukkelijk!"

„Goed, jij 't adres, mal kind."

„Kom, u vind 't zelf maar wit heerlijk. Hè, ik wou dat hij hier kwam, hier zat in de kamer. U niet?"

Mathilde kuchte. „Hm, ja, dat zou ik wel aardig vinden."

„Aardig? wat is u toch een raar mensch. Hémelsch zou 't zijn!"

„Hou t kaartje nu maar hoog boven je hoofd, dan kunnen de menschen op straat zien voor wien 't bestemd is, wie weet hoe je benijd word, en 't is meteen een reclame voor Nolette."

Jenny holde naar boven, om hoed en mantel; ontgreep, beneden gekomen, Mathilde het kaartje, en buiten tikte zij tegen het raam, en hield lachend het envelopje tegen haar gezicht. „Ma, ma! een soort van sandwichman, ziet u eens!"

Mathilde knikte lachend. Zij oogde door het spionnetje de slanke meisjesgestalte na, en toen trok langzaam de glimlach weg van haar gezicht. „In spijt van haar bezadigde doen soms, bleek 't toch nog zoo'n kind, die Jenny. Hoe lief was dat kloppen tegen 't raam nu weer, 't was toch een dót. Maar juist daarom De ziel van dat kind borg zooveel zonnige idealen, en als nu al die zon ook weer langzamerhand duister moest worden gelijk bij haar moeder

Ze dweept nu al zoo met Nolette 't is te hopen dat 't

tot niets ziekelijks overslaat."

Met zware beenen klom zij de trappen op, om te zien wat er verder boven te doen was, want steeds bleef er dat onvermijdelijke huishouden, geheel rustend op haar. Een grauwe triestigheid scheen te wazen door de slaapkamer, toen zij die weer zag. En terwijl zij de ornamenten op haar schoorsteen afstofte, stoof het door haar hoofd: „Zij weer op een concert van Nolette." Hoevele jaren sinds zijn laatste, dat zij te Berlijn had bijgewoond; en de avond scheen haar toe, gisterenavond. Zij zag hem nog staan, zijn hoofd schuin, als in liefkoozing geleund op zijn viool, de eene fijne witte hand

9*

Sluiten