Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou ik gaarne ons gesprek van vanmiddag met u voortzetten, maar dat doen we later dan wel eens hé, na bureautijd. Dan permiteert u wel dat ik u een eindje vergezel ?"

„O ja," klonk Trude's stem loyaal jongensachtig. „Ja, dat zéker wel. Want heelemaal eens zijn we 't bepaald niet geworden." Zij lachte een onverschrokken lachje.

„Heelemaal niet; maar toch, juffrouw Polenius, stel ik me voor dat mettertijd u wel anders over deze kwestie zult gaan denken."

„Ik zal geen haarbreed wijken 1" moedigde Trude aan.

En terwijl de twee nog eenige volzinnen wisselden, tuitte het in Ida's ooren, boven het dooreenklinken hunner stemmen uit: „Wat zag hij in haar, in godsnaam, wat zag dit knappe ventje in die leelijke, mannelijke, stijve, monsterlijk gekleede Trude ? een verkleede eikenstam.... Wat hè, wat ? Had hij haar, Ida, nog gekend, en zoo vriendelijk aangekeken, maar zoo'n wicht dat niet eens verliefd kón worden, zoo'n excentriciteit, zoo'n abnormaliteit.... 't Was je toch om zoo uit je vel te springen en er naast te gaan staan! Kijk, hoe diep hij zijn hoed nu afnam, hoe galant hij boog, hoe vriendelijk hij Trude nog-eens aanblikte, die plomp als de eerste de beste boodschapjongen, met een pak waarom een touwtje onder haar arm, omstevende en soldaatachtig doorstapte. Kijk, hij zag nog eens om, Trude op den boomstamrug, den strijkplankrug. Hij was verliefd dan... .god, hij wis echt verliefd op Trude, op Trude, want welke man die niets voelde voor een meisje, keek haar nog eens na.... En dan te kijken op zóó'n rug.... zóó'n rug. Op Trude was hij verliefd, op Trude 1"

Ida's hart had nogmaals gebonsd van toorn en afgunst, haar lippen trilden, tranen sprongen haar in de oogen, haar mond vertrok ten slotte smartelijk in weenen. „Op Trude was hij verliefd, op Trüde, en haar, de zooveel knappere, de mooie, neen, de beeldmooie frissche Ida, kende hij niet. O, hij wist niet hoeveel hij te kort kwam, die jongen. Hij wist niet wat schatten binnen zijn bereik lagen, die hij maar had te waardeeren om ze te winnen. Maar zij wilde aan hem voorgesteld worden, zij wilde. O, gek was zij geweest om

Sluiten