Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raderlijke plas, en verschrikt door dat onverwachte voetbad, hólde zij, zeer tot nadeel harer sierlijk gehakte laarsjes en den stootkant harer beste japon, naar huis door de modderstraten. Sedert viel zij met felle wraakzucht Trude dikwijls onverhoeds aan, doch stompte jammerlijk al haar lansen bot tegen het ondoordringbaar glibberig maliekoldertje waarin Trude weerstand bood. Haar moeder, wie dit gekibbel over dergelijken onzin vermoeide, gebood haar steeds uit te scheiden met zulke toch geen vat hebbende hatelijkheden. Mathilde, haar oudste grondig kennend, hechtte aan de bewuste „vrindschap" hoegenaamd geen gewicht, vroeg zich alleen verwonderd af wat dien meneer eigenlijk in dit onvrouwelijke, onmooie meisje boeide; besloot dat het haar voor vreemden vaak koddige beslistheid moest zijn. Terwijl Jenny, die dadelijk in den haar onbekenden ambtenaar een nóg grooter droogstoppel vermoedde dan Trude reeds bleek, bij voorbaat de noodige vijandigheid tegenover hem in haar jeugdigen boezem deed ontsprankelen: „Hm.... 't zou wel een interessante man zijn. Hij wist misschien niet eens wie Beethoven was. Zoo'n cijfer-eter zeker. O natuurlijk."

Mathilde liet de meisjes nu maar vrij uit harrewarren over het te komen concert. Onwillekeurig verdeelde zij haar denken tusschen mogelijke huurders, den vreeselijken Frederik, en Nolette.

De meisjes en Jules lazen de, door de goede zorgen van Everdien, in de Avondpost verschenen, advertentie, met opgetrokken neuzen en mopperden. Trude, uit lust tot tegenspraak, Ida, Jules en Jenny uit trots, omdat straat en huisnummer waren vermeld. Jules vond 't „compromitteerend mama." Ida's oogen vlogen brutaal in die van haar moeder: „Wat hoefde u er dat nou bij te zetten? Had u ons dan ook eens gevraagd. Wij zijn toch heusch wel oud en wijs genoeg om ook ons oordeel te zeggen. Die kale ouderwetsche Helms .... wat weten die nu ?"

„U had kunnen zetten brieven onder letter a of b aan 't bureau van dit blad, dat doen de lui gewoonlijk, mama," onderwees Jules. „U zal oom Frederik hooren."

Mathilde had voor allen haar hoogmoedig glimlachje om

Sluiten