Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Natuurlijk niet. En dat ze zoo twee dagen in de week wég is. Hadden wij dat maar met mevrouw Talen, hè Eef ? Zoo'n buitenkansje."

„Nou maar, kan u begrijpen, die moet toch altijd om vier uur in de keuken komen neuzen, en als ze uit logeeren ging, zou ze daar nog een paar keer in de week voor over komen. Ha ha ha f Ze gaat er exprés niet om uit logeeren. Nee, die is óók goed van moe.... mevrouw Talen!" Mathilde vertelde van J. F. C. Lupanus, en de Helms, vooral Everdien, kwamen niet tot bedaren van het lachen. Alleen een kopje thee met koekjes bracht-Everdiens achterover hangend hoofd omlaag. „Hè, wat een zotte kameel!" Everdien droogde haar tranen. „Moe, zóó een hebben wij nog nóóit gehad. Hè, ik wou dat we zóó een nog eens kregen."

„Kind, ben je mal, ik dank je hartelijk, voor zoo'n exem-; plaar," weerde mevrouw Helm af. „Je wilt ons ook met wat smakelijks opschepen. Mathilde, nou kan je toch met een gerust hart je ouden vriend gaan hooren."

Mathilde bukte zich om mevrouw Helm een voetbankje dat deze niet meer noodig had, toe te schuiven. „Mijn oude vriend ? O ja, Nolette. Ik ga er heen met Jenny en Ida."

„Hè ja, dol!" riep Everdien. „Wat zal dat een gezellige avond worden. En dat prachtige vioolspel. Over drie dagen is meneers eerste concert al. Nou, daar zal wat van in de krant staan."

„Och, dat zal 'm wel bitter weinig kunnen schelen, als je 't zoo ver gebracht hebt," vond moe Helm, „of er in 'n hollandsche krant wat van je staat."

„Nou, maar hoor eens, lof is altijd aangenaam, is altijd prettig.... wat u nou mevrouw Polenius, wat ü nou ?"

„Ja, zeker, Everdien." En Mathilde dacht terug aan dien morgen uit haar meisjestijd en de bewuste couranten...., ,Die couranten, welke zij een beslissing had laten nemen over haar toekomst. Wat was zij toen een jonge dwaashoofd! Alsof men slechte critiek niet overleeft, gelijk alles. En hoe nietig bleek slechte critiek vergeleken bij zulke groote dingen als ziekte, dood, zwaar geldverlies, al wat haar getroffen had."

„En kind, wat zegt nu wel je familie op den Schevening-

Sluiten