Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen weg van je zoo gauw slagen met verhuren ?" stoorde mevrouw Helm den gedachtenloop harer gastvrouw. „Nu kunnen ze er niets tegen hebben. Ik zei dadelijk tegen Eef: gelukkig maar voor Mathilde."

Ik heb 't mijn zwager van morgen pas geschreven. Wat ze er van zeggen, is me trouwens onverschillig. Ik hoop 't langzamerhand zóó ver te brengen, dat ik geheel, wat me zelf betreft, zonder ze kan. 't Zijn vrééselijk moeielijke menschen."

„Dat kan je wel zien, mevrouw ziet er zoo knorrig en zuur uit altijd. We hebben je altijd bewonderd, Eef en ik, beste kind, dat je met zoo'n perceel om kunt springen."

Mathilde bracht het gesprek maar op een ander onderwerp, zij vond dit te onaangenaam om er langer op door te gaan, en daar zij de Helms toch niet alles kon zeggen, was het maar het beste over de Frederik Polemussen te zwijgen. Kwam het tot een openlijke breuk, dan kon zij wat meer uitweiden. Het liefst dacht zij zoo weinig mogelijk aan haar schoon-famüie.

Na een twintigtal anders gestelde kladjes verscheurd te hebben, was zij er dezen morgen toch toe gekomen een brief aan Frederik te pennen, zooals haar ten slotte onder de omstandigheden het best voorkwam; den brief die al lang in haar hoofd besloten had gelegen, ongewijzigd. En met een rilling van tegenzin mijmerde zij er over wat hij wel ging antwoorden. Zij mocht weer zijn gehate schrift aanschouwen, of wat nog erger was, zijn gehate persoon. „Enfin, hij zou heusch eens góéd merken met welke vrouw hij te doen had. Zij voelde zich thans sterk tegenover hem. Juffrouw Droste was haar steun nu, haar verschansing. Wie weet of zij later niet nog een indisch kind in huis kon nemen. Zij wilde zien.

Hij liet maar niets van zich hooren, die beste Frederik. Zeker te laf. Dat waren zulke mannen meestal. Alleen om te sarren en te beleedigen, bezaten ze moed."

Inderdaad, een nooit door hem gekende schroom, een onhandige schooljongensschroom hield Frederik maar steeds

Sluiten