Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is haar plicht volstrekt niet. Ze staat ons na genoeg, om een persoonlijke mededeeling te krijgen. En dan moet ze condoleeren."

„Frits, ik verbied je, ik ver bied je dat mensch te schrijven.'

„Je hebt niets te verbieden, ik zal schrijven, lieve vrouw."

„O god, ik ben toch wel de ongelukkigste vrouw die op aarde bestaat.... Toen ik trouwde zei iemand: ,je krijgt een engel van een man!' O 't is zoo'n engel van een man, o 't is zoo'n engel!"

Etha voorzag dat het weeklagen zou verergeren tot een gefingeerden zenuwtoeval, gevolgd door de barstende hoofdpijn welke de hoogst anemieke Suzanne zoo dikwijls kwelde. Zij knipoogde tot haar vader dat hij moest toegeven. Frederik zei niets meer, bladerde in zijn zakboek. „Wat 'n kruis, deze vrouw van hem. Voor de duizendste maal, ze kon met haar millioenen naar de planeet Mars huppelen! Hij zou haar niet volgen, heusch niet."

De gevreesde zenuwbui bleef gelukkig uit. Misschien gedacht de erfgename hare millioenen. Zij verviel weer in het zoetsappig-weeke, al naarmate men België naderde. Zij verhaalde Etha, die de geschiedenis uit haar hoofd kende, van haar logeerpartij te Amsterdam bij vrienden van haar moeder, waar zij „haar Frits" voor het eerst ontmoet had. En dadelijk waren zij, ,zeer épris" van elkaar geweest, niet waar Frits ? "

„Stellig, stellig."

Etha liet de woorden harer ouders droomerig door haar hoofd gaan. Zij stelde zich voor hoe zij daar in Brussel haar dooden grootvader zou vinden, en het deed haar van harte leed dat zij nooit iets had kunnen zijn voor den eenzamen ouden man, die toch wel moest gevoeld hebben dat geld niet het eenige geluk aanbrengende is. Etha wist wel hoeveel rijker mama thans werd, maar dit feit had voor haar niets aanlokkelijks. Integendeel, hij bezwaarde haar bijna, die kolossale aanwas van vermogen. De heftige tooneelen tusschen papa en mama zouden er waarlijk niet om verminderen; mama kon papa nu nog meer verwijten, en zij, Etha, meer dan ooit dienst doen als buffer tusschen deze twee onophoudelijk tegen elkaar aan botsende menschen.

Sluiten