Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was voor haar het terras van het Kurhaus, waar zij door haar face a. main, de nieuwste toiletten, gelanceerd door stadgenooten en vreemden, monsterde, en zij woonde op den Scheveningschen weg, alleen omdat de villa's daar fraaier en duurder waren dan ergens anders, haar auto er vrij uit kon snorren, zooals vroeger hem paarden er vrij uit getrappeld hadden.

Etha had haar vader niet blind lief, zij zag zijn fouten, zijn tekortkomingen. En hoewel zij, in haar trotsche jonge meisjes-onschuld, zich geen vast begrip kon noch wilde vormen van het leven dat hij buitenshuis leidde, als zij hem zoo avond aan avond zag heengaan, hadden sedert jaren opgevangen blikken en woorden haar, de kiesch huiverende, zeker inzicht geopenbaard. Het huilerige zinnetje vol beteekenis harer moeder: ,,Ga jij maar je eigen weg, dan zal je 't ver brengen," of haar vaders wreed-zinnelijk lichtende oogen en beduidenisvolle bevestiging: „Ik zal mijn eigen weg ook wel gaan, wees maar niet bang, mijn liefste echtgenoote," deden het kind van dertien al nadenken, met den angst die haar, heel klein reeds, beklemde, met betrekking tot het gesloten blauwbaardkamertje. „Wat deed papa toch, wat was die geheimnisvolle eigen weg?" Nu zij volwassen was, vreesde zij bepaald dat de deur van dit gesloten kamertje zich eens voor haar kon openen. Zij zou te zeer ijzen, misschien haar achting geheel verliezen voor het eenig wezen haar dierbaar. Het mocht niet worden verwacht van iemand als Suzanne Polenius, dat zij nauwlettend zou waken over wat haar kind las en wat niet Over zoo iets als Etha's geestesvorming had zij wel nooit nagedacht. Derhalve weerde zij ook geen invloeden, die inderdaad schadelijk konden gebleken zijn voor een minder hecht karakter dan Etha bezat. Terwijl dus Suzanne, na harrewarrerij met Frederik of een uit het personeel, haar boosheid of hoofdpijn wegsliep, de gouvernante gebruik maakte van eenige vrije men haar gegund, neusde Etha, vooral de laatste jaren, onbevreesd in haars vaders boekerij, en las en las van alles door elkaar; waarbij haar veel onthuld werd dat haar ten uiterste droevig stemde, en haar meisjesidealen, gelijk een prachtig Vineta, al dieper deed zinken in het

Sluiten