Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We kunnen een kaartje sturen, om niet onbeleefd te zijn," raadde Jenny, die met verwondering Etha's brief had gelezen.

„Ja, dat is maar 't beste," vond Mathilde, „kaartjes."

,,'t Is nóg gehuichel," vonniste de letterlijke Trude die voor een keer in haar leven blijk gaf dat zij tot de familie behoorde. „Allemaal hebben we een gloeienden hekel aan grut.... behalve misschien Jules, die, omdat ze op een villa

woont en rijk is, nog iets goeds in haar ziet Ik heb

vooral tegen 't mensch omdat ze zoo ezelachtig bluft. Of ze rijk of arm is, kan me geen steek schelen, maar kort en goed, als we eerlijk handelden, moesten we in 't geheel niets van ons laten hooren. Wat gaat ons die vader aan? De vader van grut, stel je nou voor, de vader...."

„Volkomen met je eens, Trude, maar in elk geval hebben we van Etha een vriendelijke mededeeling gekregen, en de neutraalste manier om daarop te antwoorden is 't sturen van kaartjes. We doen 't ter wille van Etha."

„Dan kunt u Etha terug schrijven, maar hoeven wij geen kaartjes te sturen."

Dat zou ik graag doen als tante Suzanne niet zoo uiterst onaangenaam was geweest den laatsten keer dat ze hier was. 't Is heel wraakzuchtig van me, en uit een godsdienstig oogpunt dus heel laakbaar maar ik kan niet aan Etha gaan schrijven dat ik zoo deel neem in het verlies dat haar lieve moeder heeft geleden Ik kan me onmogelijk beter voordoen dan ik bén."

Ze heeft in elk geval haar vader verloren tante Suzanne, toch wel hard " zei Jenny zacht gestemd. „We moesten haarzelf eigenlijk condoleeren."

„Kom kind," weerde Ida af met haar elleboog, „ze heeft

millioenen gewonnen we moesten 'r eigenlijk félicitééren,

Ze heeft zich om den man zélf nooit bekommerd. Hè, ik wou dat hij mij maar wat nagelaten had. 't Is toch maar gemeen ingericht in de wereld, ik moet een huis hoog springen om een les van een gulden, en die vervelende onbeduidende grót, die al schatrijk is, wordt overstroomd van de rijkdommen! Grut!"

Mathilde Polenius.

11

Sluiten