Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezorgd, en als ik veertig jaar jonger was, dan zou ik 'em er eens voor pakken. Kijk daar 's 'n juffrouw in kropslagroen aan komen trippelen. Gelukkig zijn hier geen kanaries om in 'r te pikken. O, wat heeft ze 't druk."

„Toch wel aardig," critiseerde Everdien, „maar die er achter, in 't kaneel met stroop, kan wel weer naar huis toe. Dat lijkt nu nergens naar."

„Ze zou je hartelijk danken; die schijnt wel 'n zus van 'r in 't bessensap. Ja ja, dat is ze vast, ze lijken op elkaar, en ze gaan ook naast elkaar zitten."

Mathilde had nog nooit twee menschen gezien die zich het wachten vóór een concert-aanvang zoo genoegelijk maakten. Toen er een heer op de teenen, den hoogen hoed in de hand, achter den zaalknecht binnensloop, verzekerde mevrouw Helm hem zacht, „dat de kerk nog niet aan was, omdat dominee zich in een poffertje verslikt had." Een tweede dito werd toegevoegd: „U heeft gelijk, anders maakt u de kinderen maar wakker."

Een zeer ernstige magere familie werd van harte beklaagd. „Ze moeten allemaal aan de quina Laroche, 't is ijselijk, och heere, zoo'n ooievaarsgemeente! Als we ze 's Kikeriki stuurden, Eef?"

„Och, daar zouden ze toch niet om lachen, moe."

Een dame, die nog meer vooraan zat, wendde zich om en staarde uit een paar moede verveelde oogen mevrouw Helm, door een face a main, strak in het gezicht. „Ja, mevrouw, we zijn vanavond niet uit begraven, begrijpt u ?"

„Nou, net hoor," verzekerde Everdien, „we zijn blij dat we meer lust in ons leven hebben dan ü, naar alle waarschijnlijkheid."

Mathilde lachte even, zag met genoegen de verwelkte blauwe maar toch nog zoo guitige oogen van mevrouw Helm optintelen. Zij stootte Jenny aan. Ida was zoo in de beschouwing van een knappen zeeofficier verdiept, dat zij niets van haar omgeving bemerkte.

„Hè ma, is 't niet om te kreunen dat we de concerten van Beethoven en Bruch met orkest niet van hém gehoord hebben. Verbeeld je, hij met Mengelberg...."

Sluiten