Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een beeldje." Er vloog als een geritsel van bewondering door de zaal, dadelijk oversuisd door de aanmaning: „Sjjt.... stil...." Toen woog opeens een huiverige stilte, klonk het voorspel, en de zangeres, het muziekblad in beide handjes, liet na een blik op den accompagnateur, met lief opengehouden mondje geluid hooren. Mathilde vond, „dat zij veel aandurfde, de groote aria uit Mozarts Titus."

„Non piü di fiori, vague catene...."

Het klonk kweelend van deze sopraan, een coloratuur. Het geluid was beschaafd, bevallig, liefelijk als Gabrielle Ferenczy's naam en persoontje; uitmuntend geschoold, het sprak gemakkelijk aan. Doch de grootsche tragiek van het geval, de minnesmart der wanhopende braken zich geen baan naar de toehoorders; de gloed, de hartstocht, het zielvolle waren niet daar, om op hen in te werken. „Nog te jong," peinsde Mathilde, „maar Jenny dan, Jenny kan, wat dat betreft, al meer, en zij is waarschijnlijk jonger dan deze Hongaarsche met haar franschen stijl, haar fransche methode. Zeker een beschermelinge van Henri. Enfin, begaafd is ze in elk geval."

De bijval, door de cantatrice genoten, was bijzonder groot. „Naar verhouding een beetje overdreven," oordeelde Mathilde. Jenny vond het „wel mooi", fluisterde zij haar moeder toe, „maar nog niet krachtig genoeg." Mevrouw Helm, Everdien en Ida waren opgetogen. Ida loenschte zelfs naar Jenny, tergend met haar gewone zusterlijke beminnelijkheid:

„Kind, dat is nog wat anders dan jouw gegalm, daar heb je nog 's zang." Gelukkig ging de opmerking onder het gedruisch in de zaal verloren, behalve voor de betrokken partij, die bloedrood werd, en voor mevrouw Helm en Everdien, die „cht! cht!" sisten, en Jenny medelijdend aankeken.

Jenny hield zich hoog, trok haar lippen bijeen, zag een andere richting uit. Ida wist toch dat zij doel getroffen had, en genoot.

De zangeres kwam terug, twee, drie maal, neeg vol lieftallige gratie in haar zilverblauwe soupele slankheid, haar sleep, half over haar voeten, naar achter kronkelend. Zij lachte met haar mooien mond, vleide met haar stralend

Sluiten